De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.5.1:6.5.1 Voortzetting van de onderneming na faillietverklaring
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.5.1
6.5.1 Voortzetting van de onderneming na faillietverklaring
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS388523:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
S.C.J.J. Kortmann, N.E.D. Faber, Van der Feltz I. Geschiedenis van de Faillissementswet, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1994, p. 57 en 58.
F.M.J. Verstijlen, De faillissementscurator. Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de taak, bevoegdheden en persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator. Deventer: Tjeenk Willink 1998, p. 137.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de volgende paragrafen ga ik in op de rol van de or na faillietverklaring en surseance van betaling. Door de faillietverklaring, en in mindere mate door de surseance van betaling, is een belangrijke wijziging gekomen in de zeggenschapsverhoudingen. De zeggenschap over de onderneming wordt niet meer (alleen) uitgeoefend door de ondernemer, maar door de curator of mede door de bewindvoerder. Heeft de or bevoegdheden ten aanzien van voorgenomen besluiten van curator of bewindvoerder? Bijvoorbeeld wanneer de onderneming wordt overgedragen of een groot deel van het personeel wordt ontslagen? En in hoeverre worden deze bevoegdheden van de or beperkt vanwege de insolventieprocedure waarin deze zich bevindt? Het faillissementsrecht richt zich immers vooral op de belangen van schuldeisers bij een zo spoedig mogelijke afwikkeling van de boedel.
In geval van een faillissement kan de curator ervoor kiezen de onderneming voort te zetten; in het geval van surseance van betaling gebeurt dat sowieso, aangezien dit een reorganisatieprocedure betreft. De curator heeft toestemming van de commissie van schuldeisers of van de rechter-commissaris nodig (art. 78 en 98 FW). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het voortzetten van de onderneming in uitzonderingsgevallen kan gebeuren.1 Naar het oordeel van Verstijlen is een voortzetting van de onderneming alleen mogelijk indien dit leidt tot een hogere opbrengst voor de boedel.2 Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de curator bij het besluit tot voortzetting van de onderneming ook rekening mag houden met maatschappelijke belangen, zoals werkgelegenheid. Deze jurisprudentie bespreek ik later. Indien de onderneming wordt voortgezet, kunnen zich advies- of instemmingsplichtige (voorgenomen) besluiten voordoen. Nadat ik besproken heb wat de positie van de curator en bewindvoerder onder de WOR is, ga ik in op de bevoegdheden van de or ten aanzien van deze (voorgenomen) besluiten van de curator.