Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/3.4.4
3.4.4 Vordering tot opheffing van conservatoir beslag
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS499482:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In geval van een afwijzing kan hoger beroep en eventueel cassatie worden ingesteld (HR 23 december 1977, LJN AC6153, NJ 1978, 296 (Koraal c.s./Smit & Bolnes), impliciet). Wel is appèl mogelijk tegen nevenbeslissingen bij beslagverlof (gerechtshof Amsterdam 10 augustus 2006, LJN AZ8183, «JBPr» 2007/9, m.nt. F.J.H. Hovens). Zie ook HR 25 september 2009, LJN BI8517, NJ 2009, 460 (Hagemeyer/Curatoren): geoordeeld moet worden dat de wetgever geen uitzondering op het rechtsmiddelenverbod van art. 700 lid 2 Rv heeft willen maken voor het geval de schuldenaar ter zake van het verzoek tot het verlenen van beslagverlof als bedoeld in art. 700 lid 1 Rv reeds is gehoord.
Iedere belanghebbende kan opheffing van een conservatoir beslag vorderen (art. 705 lid 1 Rv). Hierbij kan men denken aan de beslagene, de derde beslagene, de beslagschuldenaar (i.g.v. derdenbeslag), de revindicerende eigenaar, de koper die het (later) beslagen goed nog niet geleverd heeft gekregen etc.
In de doctrine bestaat geen eenstemmigheid over de vraag of deze zogenoemde imperatieve, niet limitatieve gronden, ook moeten leiden tot opheffing van het beslag. Zie ook paragraaf 6.3.2.
Vgl. HR 20 januari 1995, LJN ZC1619, NJ 1995, 413 (Smokehouse/Culimer).
Tegen een door de voorzieningenrechter verleend verlof tot conservatoir beslag staat geen hogere voorziening open,1 zodat de beslagene en andere belanghebbenden2 zijn aangewezen op de wettelijke regeling inzake opheffing van beslag. Opheffing kan worden gevorderd bij de voorzieningenrechter die het verlof tot beslaglegging heeft verleend3 of bij de gewone rechter. De wet noemt vier redenen op grond waarvan het beslag door de voorzieningenrechter wordt opgeheven, namelijk wanneer voorgeschreven vormen niet zijn nageleefd, indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht (op grond waarvan beslag is gelegd), onnodigheid van het beslag, of als door de beslagene voldoende zekerheid is gesteld (alleen bij een geldvordering).4 Algemeen wordt aangenomen dat de voorzieningenrechter het beslag ook op andere dan de uitdrukkelijk in de wet genoemde gronden kan opheffen. Een afweging van de belangen van partijen speelt een rol van betekenis bij het besluit of een beslag wordt opgeheven of niet. De voorzieningenrechter kan, zonder dat hiervoor handelingen van de beslaglegger nodig zijn, het beslag opheffen.5 In hoofdstuk zes wordt nader ingegaan op het opheffingskortgeding.