NL25.51031.
Rb. Den Haag, 10-02-2026, nr. NL25.51032
ECLI:NL:RBDHA:2026:2155
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
10-02-2026
- Zaaknummer
NL25.51032
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2026:2155, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 10‑02‑2026; (Voorlopige voorziening)
Uitspraak 10‑02‑2026
Inhoudsindicatie
Plakvovo, afgewezen wel pkv.
Partij(en)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51032
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker,
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
1. Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond en eiser een inreisverbod opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld1.en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep van verzoeker,
op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister zijn verschenen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.51031, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt daarbij dat sprake is van samenhangende zaken en dat in de beroepszaak al een punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 10‑02‑2026