RBP 2024/63
Wrakingsverzoek. Er kan niet langer op doorbrekingsgronden een rechtsmiddel worden ingesteld tegen een beslissing op een verzoek tot wraking.
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:918
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/04892
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- JCDI
JCDI:ADS980870:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:918, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:233, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑12‑2023
- Wetingang
Art. 39 lid 5 Rv
Essentie
Wrakingsverzoek. Rechtsmiddelenverbod.
Er kan niet langer op doorbrekingsgronden een rechtsmiddel worden ingesteld tegen een beslissing op een verzoek tot wraking.
Samenvatting
HR: De doorbrekingsleer is niet langer van toepassing op beslissingen op een verzoek tot wraking. Op grond van art. 39 lid 5 Rv staat tegen dergelijke beslissingen geen voorziening open. In eerdere rechtspraak oordeelde de Hoge Raad echter dat op doorbrekingsgronden een rechtsmiddel kon worden ingesteld in wrakingszaken. In dit arrest komt de Hoge Raad terug van die rechtspraak. Ten eerste kan de verzoeker tot wraking de grond waarop de wraking berustte nog aan de orde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.