Gst. 2018/103
Rechtbank heeft terecht overwogen dat de brief geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb behelst en dat dit betekent dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven die niet tijdig bekend is gemaakt.
RvS 07-03-2018, ECLI:NL:RVS:2018:754, m.nt. W.S. Zorg
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 maart 2018
- Magistraten
Mr. Th. C. van Sloten
- Zaaknummer
201702566/1/A1
- Noot
W.S. Zorg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929167:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:754, Uitspraak, Raad van State, 07‑03‑2018
- Wetingang
(Art. 1:3 lid 3, art. 4:2, 4:20b lid 1, art. 4:20c lid 1 Awb; art. 4.2 lid 1 Bor)
Essentie
Rechtbank heeft terecht overwogen dat de brief geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb behelst en dat dit betekent dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven die niet tijdig bekend is gemaakt.
Samenvatting
De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de zin in de voorlaatste alinea van de brief die begint met ‘In kader van’ en eindigt met ‘regulier detailhandel’ geïsoleerd bezien, zou kunnen worden opgevat als een aanvraag om omgevingsvergunning, maar dat, gelet op de context van de brief, deze brief geen concreet verzoek tot het nemen van een besluit bevat. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.