Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/13.9.1:13.9.1 Achtergrond
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/13.9.1
13.9.1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947733:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Commissie-Veling 2018, p. 51. Daarmee verschilde de commissie overigens van mening met de Staatscommissie-Remkes, die intussen wel de invoering van een giftenplafond had bepleit: Staatscommissie-Remkes 2018, p. 220.
Kamerstukken II 2021/22, 35657, nr. 62. Een ander amendement, dat de introductie van een giftenplafond van € 25.000 beoogde (Kamerstukken II 2021/22, 35657, nr. 84) werd verworpen.
Art. 29b en art. 32 Wfpp.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de totstandkoming van de Wfpp plaatsten enkele Kamerfracties vraagtekens bij het ontbreken van een bovengrens aan de door partijen te ontvangen bedragen. De regering merkte echter op dat zij transparantie een ‘voldoende en adequate maatregel’ achtte om (een schijn van) belangenverstrengeling tegen te gaan.1 In de memorie van toelichting beargumenteerde de regering dat zij verwachtte dat de transparantieverplichtingen een matigende werking zouden hebben op het verstrekken van omvangrijke giften.2 Een giftenplafond vond zij dan ook niet nodig. Een poging om bij amendement toch een maximum (van € 50.000 per donateur) in te voeren, haalde het niet.3 Vijf jaar na de invoering van de Wfpp merkte de Commissie-Veling in haar evaluatierapport op dat zij ‘geen directe aanleiding’ zag voor de introductie van een giftenplafond, omdat grote giften in de praktijk achterwege bleven. Een afweging tussen enerzijds de autonome positie van politieke partijen en anderzijds de kansengelijkheid en het risico op belangenverstrengeling viel uit in het voordeel van het eerstgenoemde belang.4 De regering nam het advies van de Commissie-Veling op dit punt over in het wetsvoorstel voor de Evaluatiewet Wfpp, waarin een giftenplafond aldus geen plek kreeg.5
Bij amendement werd echter alsnog in een giftenplafond voorzien. 6De indieners van het amendement constateerden dat verschillende partijen in de afgelopen jaren grote bedragen hadden ontvangen, variërend van enkele honderdduizenden euro’s tot bedragen van meer dan een miljoen. In dat kader achtten zij een plafond van € 100.000 gewenst. Ten behoeve van dit bedrag moeten bijdragen aan partijen, neveninstellingen en individuele kandidaten bij elkaar worden opgeteld als ze van dezelfde gever afkomstig zijn. Onderlinge giften tussen de partij, haar neveninstellingen en haar kandidaten zijn van de verplichting uitgezonderd.7