Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.2:12.2 Rechtspraak over excessieve invorderingsmaatregelen
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.2
12.2 Rechtspraak over excessieve invorderingsmaatregelen
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197389:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de fiscus gebruik maakt van zijn invorderingsbevoegdheden moet hij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de belastingschuldige. Dat betekent dat hij zich er rekenschap van moet geven welke maatregel het meest geschikt is om het doel te bereiken, en zich moet afvragen of er voor de belastingschuldige minder belastende alternatieven voorhanden zijn. Het gaat er om dat er een redelijke verhouding bestaat tussen het belang dat de samenleving heeft dat belastingschulden worden geïnd en het individuele belang van de belastingschuldenaar.
Een evidente schending van de fair balance door invorderingsmaatregelen deed zich voor in de zaak Rousk v. Sweden.1 Als gevolg van ziekte en depressie kwam de heer Rousk zijn fiscale verplichtingen niet na en ontstond er een belastingschuld. Er ging niet alleen van alles mis in de communicatie tussen Rousk en de belastingdienst, maar ook intern bij de Zweedse belastingdienst was er de nodige miscommunicatie. Zo kon het gebeuren dat de ontvanger overging tot de verkoop van Rousk’s woning op een openbare veiling, terwijl er met de inspecteur nog een discussie liep over de belastingaanslag. Ten tijde van de executoriale verkoop van de woning bedroeg de belastingschuld nog slechts SEK 6721 (ongeveer € 800). De woning was door een onafhankelijke taxateur getaxeerd op een bedrag tussen SEK 1.850.000 en SEK 2.150.000 (circa € 232.000), maar op de veiling werd de woning verkocht voor slechts SEK 1.6 miljoen (ongeveer € 186.000). Rousk en zijn echtgenote weigerden aanvankelijk om het huis te verlaten, maar onder toezicht van de politie werden ze toch uit huis gezet. Daarbij werden verschillende stukken huisraad weggegooid of kapotgemaakt, hun auto werd in beslag genomen en de kat werd naar het asiel gebracht. Het EHRM oordeelde – weinig verrassend – dat “the sale of the applicant’s property at public auction, and the ensuing eviction of the applicant from his home, for an enforceable debt that amounted to only SEK 6,721 on the day of the public auction, imposed an individual and excessive burden on the applicant.” Een andere uitkomst van deze procedure was, gezien de feiten, niet denkbaar. Als het niet excessief is om iemands woning te verkopen en hem en zijn vrouw onder politiedwang op straat te zetten voor uitwinning van een schuld van ongeveer € 800, wat dan wel? Opmerking verdient nog dat het EHRM het geen schending van art. 1 Eerste Protocol achtte dat de woning werd verkocht voor een bedrag dat aanzienlijk lager was dan de geschatte marktwaarde, omdat er voor de koper op een dergelijke veiling meer risico’s aan de koop waren verbonden dan als de woning zou zijn gekocht op de open markt. Het EHRM heeft er dus geen principiële bezwaren tegen dat de fiscus overgaat tot executoriale verkoop van een woning, mits daarbij de fair balance in acht wordt genomen.
Een ander arrest waarin het EHRM oordeelde dat de fair balance werd geschonden door de wijze waarop belastingschulden werden ingevorderd is OAO Neftyanaya Kompaniya Yukos v. Russia.2 In verband met een omvangrijke belastingschuld van Yukos waren de Russische autoriteiten overgegaan tot de verkoop van de aandelen van de belangrijkste dochtermaatschappij van het concern. Het EHRM overwoog:
“651. Given the paramount importance of the measures taken by the authorities to the applicant company’s future, and notwithstanding the Government’s wide margin of appreciation in this field, the Court is of the view that the authorities were obliged to take careful and explicit account of all relevant factors in the enforcement process. Such factors were to include, among other things, the character and the amount of the existing debt as well as of the pending and probable claims against the applicant company, the nature of the company’s business and the relative weight of the company in the domestic economy, the company’s current and probable economic situation and the assessment of its capacity to survive the enforcement proceedings. Furthermore, the economic and social implications of various enforcement options on the company and the various categories of stakeholders, the attitude of the company’s management and owners and the actual conduct of the applicant company during the enforcement proceedings, including the merits of the offers that the applicant company may have made in connection with the enforcement were to be properly considered.”
Wat het EHRM de Russische autoriteiten met name verwijt is dat ze geen zorgvuldige afweging hebben gemaakt en niet hebben onderzocht of er alternatieve (minder ingrijpende) maatregelen genomen hadden kunnen worden die de toekomt van Yukos niet in gevaar hadden gebracht. Door direct over te gaan tot verkoop van het cruciale concernonderdeel werd een “fatal blow” uitgedeeld aan de overlevingskansen van het concern. Uit dit arrest (evenals uit Rousk v. Sweden) kan worden afgeleid dat de belastingautoriteiten bij de keuze van te treffen invorderingsmaatregelen rekening moeten houden met alle relevante omstandigheden van het geval en met de gerechtvaardigde belangen van de belastingschuldige. Er dient, met andere woorden, maatwerk te worden geleverd.