Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.4.2:6.4.2 Uitwinning van een onverdeeld aandeel door crediteuren
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.4.2
6.4.2 Uitwinning van een onverdeeld aandeel door crediteuren
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483575:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bedenkingen tegen deze regel worden geformuleerd door Wammes 1988, p. 217.
Wammes 1988, onder andere opp. 189-200.
Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006 (p. 362) brengt nog enige nuances aan.
Van Mourik 2006, p. 45-46.
Aldus ook Van Hemel 1998 (p. 327) die overigens van mening is dat dit – uit de tekst van de wet voortvloeiende – standpunt niet juist is. Zie ook Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 363.
Van Hemel 1998, p. 327 en 328.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Schuldeisers van een deelgenoot kunnen – ongeacht de rechtsverhouding tussen de deelgenoten – het aandeel van de deelgenoot uitwinnen (art. 3:175 lid 3).1 Wammes acht dit niet juist. Ingeval de rechtsverhouding zich verzet tegen beschikkingsdaden door een deelgenoot zou dit moeten meebrengen dat een dergelijk aandeel ook niet voor uitwinning vatbaar is.2
Aan de verkrijger – na uitwinning – kunnen beperkingen van de bevoegdheid om over het aandeel te beschikken niet worden tegengeworpen (art. 3:175 lid 3).3 Redelijkheid en billijkheid kunnen evenwel anders meebrengen.4
De verkrijger is wel gebonden aan de door de deelgenoten overeengekomen regeling ter zake van genot, gebruik en beheer ex art. 3:168.5
De verkrijger is ten slotte wel aansprakelijk voor schulden ex art. 3:176 lid 2.6