NJB 2018/2308
Corruptie door voormalig minister-president Curaçao, waaronder ambtelijke omkoping, art. 379 (oud) SrNA (vgl. art. 363 (oud) Sr) en witwassen, art. 435c lid 1 sub a SrNA (vgl. art. 420bis lid 1 sub a Sr). Aanneming van een gift of belofte, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht ‘in zijne bediening’ iets te doen of na te laten, art. 379 SrNA: onjuist is de opvatting dat de ‘bediening’ in de zin van deze bepaling uitsluitend betrekking kan hebben op de functie van de ambtenaar ten tijde van het aannemen van de gift, en niet (mede) op een toekomstige functie van die ambtenaar. Mede gelet op de wetsgeschiedenis van art. 363 Sr – waaraan art. 379 SrNA naar de kern bezien gelijkluidend is – moet worden aangenomen dat het in art. 379 SrNA voorkomende begrip ‘bediening’ ook het als ambtenaar aannemen van giften in verband met handelingen te verrichten in een nieuwe ambtelijke functie, binnen het bereik van deze strafbepaling kan brengen. I.c. was verdachte lid was van de Eilandsraad ten tijde van het aannemen van de giften, welke werden gedaan teneinde hem te bewegen om later ‘in zijn bediening’ van minister-president van Curaçao iets te doen of na te laten. Aanneming van een ‘gift’ art. 379 SrNA of slechts financiering voor een op te richten politieke partij? Een ‘gift’ in de zin van deze bepaling omvat elk overdragen aan een ander van iets dat voor deze ander waarde heeft. Dat een gift wordt gedaan in het kader van bijvoorbeeld ‘fundraising’ staat er niet aan in de weg dat sprake kan zijn van een ‘gift’ als bedoeld in art. 379 SrNA. Bij witwassen ‘verhullen’ in de zin van art. 435c lid 1 onder a SrNA: deze bepaling is naar de kern bezien gelijkluidend aan art. 420bis lid 1 onder a Sr. Het ‘verhullen’ als bedoeld in deze bepalingen heeft betrekking op gedragingen die erop zijn gericht het zicht op – onder andere en voor zover hier van belang – de herkomst van de geldbedragen te bemoeilijken. Die gedragingen moeten tevens geschikt zijn om dat doel te bereiken. I.c. kon het hof bewezen verklaren dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander de herkomst van geldbedragen heeft verhuld terwijl de verdachte en medeverdachte wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten de bewezenverklaarde ambtelijke omkoping
HR 27-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2157
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 november 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink en A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
17/03977 A
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2157, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:921, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑09‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑04‑2018
- Wetingang
Essentie
Corruptie door voormalig minister-president Curaçao, waaronder ambtelijke omkoping, art. 379 (oud) SrNA (vgl. art. 363 (oud) Sr) en witwassen, art. 435c lid 1 sub a SrNA (vgl. art. 420bis lid 1 sub a Sr). Aanneming van een gift of belofte, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht ‘in zijne bediening’ iets te doen of na te laten, art. 379 SrNA: onjuist is de opvatting dat de ‘bediening’ in de zin van deze bepaling uitsluitend betrekking kan hebben op de functie van de ambtenaar ten tijde van het aannemen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.