V-N 2021/7.14
Afwijzing van ter zitting gedaan aanhoudingsverzoek niet in strijd met goede procesorde
HR 29-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:127, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 januari 2021
- Magistraten
Koopman, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage
- Zaaknummer
20/00411
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS253571:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Burgerzaken / Basisregistratie personen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑01‑2021
ECLI:NL:HR:2021:127, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑01‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1010, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑10‑2020
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het aanhoudingsverzoek terecht is afgewezen omdat het pas op de zitting is gedaan, vanwege de beperkte strekking van het geschil en de omstandigheid dat het stuk van de inspecteur geen nieuwe stellingen bevat.
Samenvatting
X is gedetineerd en in 2016 zijn diverse (navorderings)aanslagen met boeten aan hem opgelegd. X maakt hiertegen te laat bezwaar. In geschil is of de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. In hoger beroep verzoekt de gemachtigde van X op de zitting van 14 november 2019 om aanhouding van de zaken, omdat de gemachtigde nog geen gelegenheid heeft gehad om ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.