Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 2 Definities
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
- 1)
‘plaatselijke verkeersleiding’: luchtverkeersleidingsdienst (ATC-dienst) voor luchtvaartterreinverkeer;
- 2)
‘luchtvaartinlichtingendienst (aeronautical information service)’ of ‘AIS’: een binnen een vastgesteld bestreken gebied opgerichte dienst die verantwoordelijk is voor het verstrekken van luchtvaartinlichtingen en gegevens die nodig zijn voor de veiligheid, regelmaat en efficiency van luchtvaartnavigatie;
- 3)
‘Agentschap’: het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, dat is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1139;
- 4)
‘verlener van luchtvaartnavigatiediensten’: een openbaar of particulier lichaam dat een of meer luchtvaartnavigatiediensten voor het algemene luchtverkeer verleent;
- 5)
‘luchtvaartnavigatiediensten (air navigation services)’ of ‘ANS’: luchtverkeersdiensten; communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten (CNS), met inbegrip van diensten voor het versterken van door GNSS-satellietenconstellaties uitgezonden signalen ten behoeve van luchtvaartnavigatie; meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie (MET); luchtvaartinlichtingendiensten (AIS) en luchtverkeersgegevensdiensten (ADS);
- 6)
‘luchtverkeersleidingsdienst’ of ‘ATC-dienst’: dienst die wordt verricht teneinde:
- a)
botsingen te voorkomen:
- i)
tussen luchtvaartuigen;
- ii)
tussen luchtvaartuigen en hindernissen op het manoeuvreerterrein;
- b)
een geordende luchtverkeersstroom tot stand te brengen en te handhaven;
- 7)
‘luchtverkeersgegevensdiensten (air traffic data services)’ of ‘ADS’: diensten die bestaan uit het verzamelen, samenvoegen en integreren van operationele gegevens van verleners van plaatsbepalingsdiensten, verleners van MET en AIS en netwerkfuncties, en andere betrokken entiteiten die operationele gegevens genereren, en het verstrekken van verwerkte gegevens met het oog op luchtverkeersleiding of luchtverkeersbeheer;
- 8)
‘regeling van luchtverkeersstromen (air traffic flow management)’ of ‘ATFM’: functie die tot doel heeft bij te dragen aan een veilige, ordelijke en vlotte doorstroming van het luchtverkeer tijdens het volledige traject door ervoor te zorgen dat de luchtverkeersleidingscapaciteit optimaal wordt benut en dat het verkeersvolume verenigbaar is met de door de betrokken verleners van luchtverkeersdiensten afgegeven capaciteit;
- 9)
‘luchtverkeersbeheer (air traffic management)’ of ‘ATM’: de verzameling van functies en diensten in de lucht en op de grond, met name luchtverkeersdiensten, luchtruimbeheer en regeling van luchtverkeersstromen, met inbegrip van het ontwerp van vliegprocedures, die nodig zijn om de veiligheid en de doeltreffendheid van de vliegtuigbewegingen in alle fasen te waarborgen;
- 10)
‘luchtverkeersdiensten’: vluchtinformatiediensten, waarschuwingsdiensten en adviesdiensten voor het luchtverkeer, alsmede ATC-diensten, met name algemene luchtverkeersleidingsdiensten, naderingsluchtverkeersleidingsdiensten en plaatselijke luchtverkeersleidingsdiensten;
- 11)
‘luchtruimblok’: luchtruim van vastgestelde afmetingen, in ruimte en tijd, bestaande uit een of meer luchtruimstructuren, waarbinnen luchtvaartnavigatiediensten worden verleend;
- 12)
‘luchtruimbeheer’: een plannings- en monitoring functie met als belangrijkste doel een optimale benutting van beschikbaar luchtruim door dynamische time-sharing en, bij gelegenheid, scheiding van luchtruim tussen verschillende categorieën luchtruimgebruikers op basis van kortetermijnbehoeften;
- 13)
‘luchtruimstructuur’: een specifiek luchtruimvolume dat is vastgesteld om de veilige en optimale exploitatie van luchtvaartuigen te waarborgen;
- 14)
‘luchtruimgebruikers’: exploitanten van luchtvaartuigen die in overeenstemming met de regels voor algemeen luchtverkeer opereren;
- 15)
‘waarschuwingsdienst’: een dienst die bij de verantwoordelijke organisaties melding maakt van vliegtuigen in nood die bijstand behoeven en dergelijke organisaties op verzoek assisteert;
- 16)
‘naderingsluchtverkeersleidingsdienst’: ATC-dienst voor aankomende of vertrekkende gecontroleerde vluchten;
- 17)
‘algemene luchtverkeersleidingsdienst’: ATC-dienst voor gecontroleerde vluchten in luchtverkeersleidingsgebieden;
- 18)
‘basiswaarde’: een waarde die wordt bepaald voor het stellen van prestatiedoelstellingen en die wordt geraamd op basis van de werkelijke kosten of werkelijke eenheidskosten tijdens het jaar voorafgaand aan het begin van de betrokken referentieperiode;
- 19)
‘benchmarkgroep’: een groep verleners van luchtverkeersdiensten met een soortgelijke operationele en economische omgeving;
- 20)
‘uitgesplitste waarde’: een waarde die wordt verkregen, voor een bepaalde verlener van luchtverkeersdiensten, door een Uniewijde prestatiedoelstelling uit te splitsen tot op het niveau van een of meer verleners van luchtverkeersdiensten, en die dienstdoet als referentie voor de beoordeling van de samenhang van de in het ontwerpprestatieplan vastgelegde prestatiedoelstelling met de Uniewijde prestatiedoelstelling;
- 21)
‘certificaat’: een certificaat, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 12, van Verordening (EU) 2018/1139;
- 22)
‘gemeenschappelijke informatiedienst (common information services)’ of ‘CIS’: een dienst die bestaat uit het verspreiden van statische en dynamische gegevens om het verlenen van U-spacediensten voor het beheer van het verkeer van onbemande luchtvaartuigen mogelijk te maken;
- 23)
‘U-spaceluchtruim’: een door de lidstaten aangeduide geografische zone waarin activiteiten met onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) alleen mogen plaatsvinden met ondersteuning van U-spacediensten;
- 24)
‘U-spacedienst’: een op digitale diensten en automatisering van functies gebaseerde dienst die ontworpen is om de veilige, efficiënte en beveiligde toegang tot het U-spaceluchtruim te ondersteunen voor een groot aantal UAS;
- 25)
‘U-spacedienstverlener’: een rechtspersoon die U-spacediensten verleent;
- 26)
‘communicatiediensten’: vaste en mobiele diensten ten behoeve van de luchtvaart voor grond-tot-grond-, lucht-tot-grond- en lucht-tot-luchtcommunicatie voor luchtverkeersleidingsdoeleinden;
- 27)
‘onderdelen’: materiële objecten, zoals apparatuur, en immateriële objecten, zoals programmatuur, waarvan de interoperabiliteit van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer afhangt;
- 28)
‘luchtverkeersleidingsgebied’: gecontroleerd luchtruim dat zich verticaal uitstrekt vanaf een gespecificeerde grens boven het aardoppervlak;
- 29)
‘coöperatieve besluitvorming’: een proces waarbij beslissingen worden genomen op basis van samenwerking met en raadpleging van de relevante autoriteiten van de lidstaten, operationele belanghebbenden en andere actoren, indien van toepassing, en waarbij naar consensus wordt gestreefd;
- 30)
‘grensoverschrijdende diensten’: luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend in een lidstaat door een dienstverlener wiens hoofdvestiging zich in een andere lidstaat bevindt;
- 31)
‘verklaring’: met het oog op luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten, een verklaring, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 10, van Verordening (EU) 2018/1139;
- 32)
‘ontwerp van luchtruimstructuren’: een proces dat zorgt voor ontwikkeling en tenuitvoerlegging van geavanceerde navigatiemogelijkheden en -technieken, verbetering van de routenetwerken en bijbehorende sectorindeling, optimalisering van de luchtruimstructuren en vergroting van de capaciteit van de ATM-procedures;
- 33)
‘en-route heffingszone’: een luchtruimvolume dat zich vanaf de grond uitstrekt tot en met het hogere luchtruim en waarin en-route luchtvaartnavigatiediensten worden verleend waarvoor één kostenbasis is vastgesteld;
- 34)
‘Eurocontrol’: de Europese organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart, opgericht bij het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart van 13 december 1960;
- 35)
‘Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer (European air traffic management network)’ of ‘EATMN’: de verzameling van systemen, bedoeld in punt 3.1 van bijlage VIII bij Verordening (EU) 2018/1139, die het mogelijk maken luchtvaartnavigatiediensten te verlenen in de Unie, met inbegrip van de interfaces aan grenzen met derde landen;
- 36)
‘Europees ATM-masterplan’: het plan dat is goedgekeurd bij Besluit 2009/320/EG van de Raad (1), zoals vervolgens gewijzigd;
- 37)
‘flexibel gebruik van het luchtruim’: een concept van luchtruimbeheer, zoals beschreven door de ICAO, dat gebaseerd is op het fundamentele beginsel dat luchtruim niet als strikt civiel of strikt militair mag worden aangewezen, maar moet worden beschouwd als een continuüm waarin zo veel mogelijk aan alle gebruikerseisen recht moet worden gedaan;
- 38)
‘vluchtinformatiedienst’: een dienst die adviezen en informatie verstrekt die nuttig zijn voor de veilige en doeltreffende uitvoering van vluchten;
- 39)
‘ontwerp van vliegprocedures’: alle taken die relevant zijn voor het ontwerp van een instrumentvliegprocedure;
- 40)
‘algemeen luchtverkeer’: alle bewegingen van burgerluchtvaartuigen, alsmede alle bewegingen van staatsluchtvaartuigen (met inbegrip van militaire, douane- en politieluchtvaartuigen), voor zover die bewegingen worden uitgevoerd in overeenstemming met de procedures van de ICAO, zoals opgericht bij het Verdrag van Chicago;
- 41)
‘instrumentvliegvoorschriften (instrument flight rules)’ of ‘IFR’: regels die het mogelijk maken dat een luchtvaartuig dat is uitgerust met geschikte navigatieapparatuur, die is aangepast aan de te vliegen route, vliegt volgens de toepasselijke vluchtuitvoeringsvoorschriften;
- 42)
‘IFR-luchtvervoersbewegingen per jaar’: de som van de opstijgingen en landingen volgens IFR, berekend als jaarlijks gemiddelde over de drie kalenderjaren die voorafgaan aan het jaar waarin het ontwerpprestatieplan moet worden ingediend;
- 43)
‘interoperabiliteit’: een geheel van functionele, technische en operationele eigenschappen die worden vereist van de systemen en onderdelen van het EATMN en van de procedures voor de werking ervan, teneinde de veilige, naadloze en efficiënte werking ervan te verzekeren;
- 44)
‘meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie’ of ‘MET’: de faciliteiten en diensten die weersvoorspellingen, waarschuwingen, briefings en waarnemingen voor luchtvaartnavigatiedoeleinden verstrekken, alsmede andere door staten aangeleverde meteorologische informatie en gegevens voor gebruik in de luchtvaart;
- 45)
‘nationale bevoegde autoriteit’: een nationale bevoegde autoriteit, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 34, van Verordening (EU) 2018/1139;
- 46)
‘nationale toezichthoudende instantie’: het nationale orgaan of de nationale organen waaraan een lidstaat de taken uit hoofde van deze verordening heeft toevertrouwd;
- 47)
‘navigatiediensten’: de faciliteiten en diensten die luchtvaartuigen voorzien van informatie op het gebied van positionering en timing;
- 48)
‘netwerkcrisis’: het onvermogen om luchtverkeersbeheer en/of luchtvaartnavigatiediensten te verlenen op het vereiste niveau, resulterend in een aanzienlijk verlies aan netwerkcapaciteit; in een aanzienlijke onevenwichtigheid tussen de netwerkcapaciteit en de vraag; of in een aanzienlijke verstoring van de informatiestroom in, of van de integriteit van, een of meer delen van het netwerk ten gevolge van een ongewone of onvoorziene situatie;
- 49)
‘netwerkbeheerder’: de entiteit waaraan de taken zijn toevertrouwd die nodig zijn om bij te dragen aan de uitvoering, overeenkomstig artikel 38, van de in artikel 37 vermelde netwerkfuncties;
- 50)
‘operationeel netwerkplan’ of ‘NOP’: een via coöperatieve besluitvorming opgesteld plan om op operationeel niveau de doelstellingen van de netwerkfuncties te verwezenlijken en bij te dragen aan de prestatiedoelstellingen;
- 51)
‘netwerkstrategieplan’ of ‘NSP’: een via coöperatieve besluitvorming opgesteld plan dat als leidraad dient voor de ontwikkeling van het netwerk op lange termijn;
- 52)
‘operationeel luchtverkeer’: alle vluchten die niet voldoen aan de onderhavige bepalingen voor algemeen luchtverkeer en waarvoor door de passende nationale instanties regels en procedures zijn vastgesteld;
- 53)
‘operationele gegevens’: informatie over alle vluchtfasen, die nodig is voor operationele doeleinden van verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers, luchthavenexploitanten en andere betrokken actoren;
- 54)
‘operationele belanghebbenden’: de civiele en militaire luchtruimgebruikers, de civiele en militaire verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de luchthavenexploitanten;
- 55)
‘prestatieplan’: een plan dat tot doel heeft de prestaties van luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties te verbeteren;
- 56)
‘ingebruikneming’: eerste operationele gebruik na de initiële installatie of upgrade van een systeem;
- 57)
‘routenetwerk’: een netwerk van gespecificeerde routes voor de afhandeling van de verkeersstromen van het algemene luchtverkeer, nodig voor het verlenen van ATC-diensten;
- 58)
‘definitiefase van SESAR’: de fase die bestaat uit de vaststelling en actualisering van de langetermijnvisie van het SESAR-project, van het bijbehorende werkingsconcept dat verbeteringen in elke vluchtfase mogelijk maakt, van de vereiste essentiële operationele wijzigingen in het EATMN en van de vereiste ontwikkelings- en uitrolprioriteiten;
- 59)
‘uitrolfase van SESAR’: de opeenvolgende industrialiserings- en uitvoeringsfasen tijdens dewelke de volgende activiteiten worden verricht; standaardisering, productie en certificering van grond- en boordapparatuur en van de processen die nodig zijn om SESAR-oplossingen toe te passen (industrialisering); en aanbesteding, installatie en ingebruikneming van apparatuur en systemen op basis van SESAR-oplossingen, met inbegrip van de bijbehorende operationele procedures (uitvoering);
- 60)
‘ontwikkelingsfase van SESAR’: de fase tijdens dewelke onderzoeks-, ontwikkelings- en valideringsactiviteiten worden uitgevoerd die tot doel hebben volgroeide SESAR-oplossingen op te leveren;
- 61)
‘SESAR-project’: het project om het luchtverkeersbeheer in Europa te moderniseren, met als doel een goed presterende, gestandaardiseerde en interoperabele infrastructuur voor luchtverkeersbeheer in de Unie tot stand te brengen, bestaande uit een innovatiecyclus die de definitiefase, de ontwikkelingsfase en de uitrolfase van SESAR omvat;
- 62)
‘SESAR-oplossing’: een inzetbare output van de ontwikkelingsfase van SESAR waarbij nieuwe of verbeterde gestandaardiseerde en interoperabele operationele procedures of technologieën worden ingevoerd;
- 63)
‘plaatsbepalingsdiensten’: de faciliteiten en diensten voor het bepalen van de respectieve posities van luchtvaartuigen waarmee voor een veilige separatie wordt gezorgd;
- 64)
‘systeem’: het geheel van op de grond gestationeerde en zich in de lucht bevindende onderdelen, alsmede in de ruimte gestationeerde apparatuur, dat ondersteuning geeft aan luchtvaartnavigatiediensten voor alle vluchtfasen;
- 65)
‘terminalheffingszone’: een op het grondgebied van een of meer lidstaten gelegen luchthaven of groep van luchthavens waarop terminalluchtvaartnavigatiediensten worden verleend en waarvoor één kostenbasis is vastgesteld;
- 66)
‘upgrade’: elke wijziging in de operationele kenmerken van een systeem;
- 67)
‘gebruik van luchtruimstructuren’: een andere wijze waarop luchtruimstructuren operationeel worden gebruikt dan luchtruimbeheer zoals gedefinieerd in punt 12.
Voetnoten
Besluit 2009/320/EG van de Raad van 30 maart 2009 houdende goedkeuring van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging in het kader van het ATM-onderzoeksproject (SESAR) voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim (PB L 95 van 9.4.2009, blz. 41).