Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.2.4
6.2.4 Taakstraf
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270139:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 2.4.5.5.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 303.
Vanaf 2001 betekende de taakstraf ook de mogelijkheid tot oplegging van een leerstraf. Met ingang van 1 april 2012 is de leerstraf ondergebracht onder de in art. 14c lid 2 onder 13 opgenomen bijzondere deelname aan een gedragsinterventie.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 254.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 305.
Aanwijzing taakstraffen, Stcrt. 2008, 2739, onderdeel 3c en onderdeel 4.
Aanwijzing taakstraffen, Stcrt. 2008, 2739, onderdeel 1.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 303.
Aanwijzing taakstraffen, Stcrt. 2008, 2739, onderdeel 1.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 306.
Hof ‘s-Hertogenbosch 10 juli 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2877.
Hof ‘s-Hertogenbosch 4 juli 2017, ECLI:NLGHSHE:2017:2994.
Rb. Amsterdam 29 september 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7068, r.o. 8.3.
Aanwijzing taakstraffen, Stcrt. 2008, 2739, onderdeel 1.
Inhoud en wettelijke grondslag
De taakstraf is geregeld in art. 9 lid 1 onderdeel c WvSr en vindt uitwerking in de art. 22b t/m 22k en 27 WvSr. Rond 1980, toen het handhavingstekort in de strafrechtelijke keten meermaals was geconstateerd, begon niet alleen de sanctie van de geldboete aan een opmars,1 op 1 december 1989 werd ook de taakstraf als sanctie geïntroduceerd. In de kamerstukken wordt de taakstraf beschreven als ‘het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte’ en de taakstraf werd ook wel ‘dienstverlening (in de vorm van onbetaalde arbeid)’ genoemd. De taakstraf werd beschouwd als vrijheidsbeperkende straf, waarbij sprake was van een materiële genoegdoening aan de Staat.2 Van oorsprong kon de taakstraf alleen worden opgelegd als alternatief voor een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van 6 maanden.3 Sinds 2001 is de taakstraf een zelfstandige vrijheidsbeperkende straf.4
De taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, aldus art. 22c lid 1 WvSr.5 De rechter kan zich uitlaten over de aard van de werkzaamheden, maar gebruikelijk is dat niet.6 De taakstraf legt in vergelijking met de intramurale tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf een minder groot beslag op de tijd van de veroordeelde. De vrijheidsbeperking bestaat niet uit het verplicht niets doen of bepaalde handelingen te eigen bate, maar uit verplichte werkzaamheden ten behoeve van de samenleving. De verplichting werk te verrichten is onlosmakelijk verbonden met de gedachte van vergelding van toegebracht leed, zo menen Bleichrodt en Vegter.7
Het karakter van de taakstraf maakt dat de sanctie soms niet gepast is. Voor een taakstraf komt bijvoorbeeld niet in aanmerking een verdachte die hiertoe vanuit psychisch oogpunt niet in staat is, of de verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk misdrijf in een periode van vijf jaar terug.8
Duur
Ex. art. 22c lid 2 WvSr duurt de taakstraf ten hoogste 240 uren. De taakstraf moet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis of arrest waarbij de straf is opgelegd, worden verricht, met de mogelijkheid van verlenging met een jaar (art. 22c lid 3 WvSr). De taakstraf is niet gekoppeld aan een vrijheidsstraf van een bepaalde duur, maar er valt wel een tegenwaarde in dagen vrijheidsstraf af te leiden uit de bepalingen over de vervangende hechtenis. De vervangende hechtenis bedraagt minimaal een dag en ten hoogste vier maanden. Voor elke twee uren van de taakstraf wordt niet meer dan één dag vervangende hechtenis opgelegd, aldus art. 22d lid 2 WvSr. In de praktijk wordt de vervangende hechtenis bepaald op één dag voor twee uren taakstraf.9 Op grond van art. 22d lid 4 WvSr vermindert de vervangende hechtenis naar evenredigheid als de taakstraf gedeeltelijk is uitgevoerd.
Toepassing in fiscalibus
Oplegging van een taakstraf is mogelijk in plaats van een vrijheidsstraf (bij misdrijven of overtredingen), of een geldboete (bij misdrijven), aldus art. 9 lid 2 WvSr. Alleen als een overtreding uitsluitend met een geldboete wordt bedreigd, komt een taakstraf niet in aanmerking. Hieruit blijkt dat de wetgever de taakstraf beschouwt als een straf die zwaarder is dan de geldboete, aldus Bleichrodt en Vegter.10 Sterker nog: de taakstraf heeft in het Wetboek van Strafrecht een plaats gekregen tussen geldstraf en vrijheidsstraf. Zij biedt daardoor zowel een alternatief voor een hogere geldstraf als voor een korte vrijheidsstraf.11
Art. 22b lid 1 onder a WvSr bepaalt dat een taakstraf niet wordt opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld én dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. In het geval van fiscale fraude wordt aan beide voorwaarden niet voldaan. Voorts worden in art. 22b lid 1 onder b WvSr specifiek genoemde misdrijven met een lagere maximumstraf dan zes jaren genoemd. Voor die gevallen heeft de wetgever ook een taakstraf willen uitsluiten. Het beschermen van mensen in de publieke dienst staat hierbij onder andere voorop, leggen Bleichrodt en Vegter.12 Ook daar worden geen fiscale normschendingen genoemd.
Wel van belang voor de fiscale normschendingen, is de regel die inhoudt dat een taakstraf niet wordt opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf indien aan de veroordeelde in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit wegens een soortgelijk misdrijf een taakstraf is opgelegd, en de veroordeelde deze taakstraf heeft verricht dan wel op grond van art. 22g WvSr de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis is bevolen.13
Voor het overige is de taakstraf in het fiscale strafrecht, kortom, volledig inzetbaar. Dit komt overigens niet zo expliciet in de delictsomschrijvingen in de AWR tot uiting, maar houdt verband met de regel dat deze straf opgelegd kan worden als ook een gevangenisstraf/hechtenis of geldboete kan worden opgelegd. Dit is voor alle fiscale overtredingen/misdrijven het geval.
De taakstraf wordt in de fiscale praktijk met regelmaat toegepast. De taakstraf kan in fiscale fraudezaken bijvoorbeeld worden opgelegd in gevallen wanneer de administratieplicht is geschonden. Een voorbeeld biedt een arrest van 10 juli 2018, waarin het Hof ‘s-Hertogenbosch een taakstraf van 240 uur oplegde, naast een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Verdachte had onjuiste verkoopfacturen opgenomen in de administratie en boekingen gedaan terwijl geen verkoopfacturen in de administratie voorhanden waren. Het hof overwoog ten aanzien van de straf overigens dat in geval van schending van de administratieplicht in deze mate normaal gesproken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Omdat verdachte actief probeerde zijn schulden af te lossen, werd desondanks gekozen voor een voorwaardelijke gevangenisstraf gecombineerd met een taakstraf.14
Een soortgelijk geval betrof een arrest van hetzelfde hof, van 4 juli 2009, waarin het wederom ging over de schending van de administratieplicht: de verkoopfacturen waren niet in de administratie opgenomen. In dit geval werd een taakstraf van 120 uur opgelegd. Rekening werd gehouden met persoonlijke omstandigheden, om welke reden in dit geval aan de taakstraf de volgende bijzondere voorwaarden werden verbonden: een meldplicht, het meewerken aan reclasseringstoezicht inclusief schuldhulpverlening en hulp bij verwerking van post, alsmede een verplichting voor de verdachte om zich ambulant te laten behandelen voor zijn psychische problematiek.15
Dat de taakstraf niet zo zwaar is als de gevangenisstraf, blijkt uit een zaak van een voormalig staatssecretaris. Hij kreeg in eerste aanleg gevangenisstraf van vijf maanden waarvan twee voorwaardelijk. De overweging van de rechtbank was dat de deze verdachte jarenlang publieke functies heeft gehad waardoor hij een voorbeeldfunctie genoot. Het nadeelbedrag lag om en nabij de 100.000 euro. De werkstraf die door de OvJ geëist werd deed volgens de rechtbank onvoldoende recht aan de zaak.16
Combinaties en voorwaardelijke opleggingsmogelijkheden
Een taakstraf kan in combinatie met de volgende sancties worden opgelegd:
Een vrijheidsstraf, voor zover het onvoorwaardelijk deel daarvan de zes maanden niet overschrijdt.17
Met een geldboete op grond van art. 9 lid 3 WvSr.
De taakstraf is een straf die ook voorwaardelijk kan worden opgelegd, op grond van art. 14a lid 1 WvSr. Hierbij geldt de algemene voorwaarde van art. 14c lid 1 WvSr: de veroordeelde mag zich voor het einde van zijn proeftijd (als bedoeld in art. 14b WvSr) niet schuldig maken aan een strafbaar feit.