Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.1.1:3.1.1 Inleiding
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.1.1
3.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644806:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de behandeling van het Romeinse en het Duitse recht is het tijd om terug te keren op Nederlandse bodem. Ook voor dit recht geldt de uitspraak “Dat alles is zoals het is, komt voort uit de geschiedenis”.1 Vandaar dat eerst de voorganger van het huidige Burgerlijk Wetboek (BW), het Burgerlijk Wetboek uit 1838 (OBW) wordt besproken. Dit wetboek, dat sterk geïnspireerd was op de Franse Code civil (Cc),2 kende verschillende artikelen over de gevolgen van de verbinding en afscheiding van zaken. Door de sterke invloed van het Franse recht zal in dit deel, waar nodig, een blik geworpen worden op dat recht.
Ook in dit deel staan de zakenrechtelijke gevolgen van afscheiding centraal. Hiervoor wordt dezelfde opbouw gebruikt als in het hoofdstuk over het Duitse recht. Allereerst komt de hoofdregel aan bod en vervolgens de uitzonderingen hierop in de vorm van de afscheidingsrechten (iura tollendi). Anders dan het BGB kende het OBW echter geen afzonderlijk artikel waarin de hoofdregel was vastgelegd. Deze zal afgeleid moeten worden uit het systeem van de wet. Naast het achterhalen van de hoofdregel zal bijzondere aandacht worden besteed aan de ratio die daarachter schuil gaat, om zo te achterhalen of het OBW een continuïteitsgedachte kende.
In de loop van de twintigste eeuw is een ontwikkeling waarneembaar op het gebied van de natrekking, die gevolgen had voor de continuïteit van de zakelijke rechten. De natrekkingsregels raakten “verstard”. Waar eerst, in overeenstemming met de Franse leer, werd vermoed dat op een zaak één eigendomsrecht rustte, veranderde dit vermoeden in een onweerlegbaar gegeven. Deze ontwikkeling is onder meer tot stand gekomen onder invloed van de rechtspraak en de wetenschap. De rechtspraak en de wetenschap werden op hun beurt beïnvloed door het Romeinse recht, dat geen vermoeden van een zaakseenheid kende.3 In enkele toonaangevende arresten was bepaald dat eenvoudig en zonder beschadiging af te scheiden zaken nagetrokken werden door een andere zaak, met eigendomsverlies tot gevolg. Ook de vele discussies in de literatuur over de vraag of een zaak zelfstandige onderdelen kon hebben, vergelijkbaar met de onwezenlijke bestanddelen uit het Duitse recht, hebben een bijdrage geleverd aan de “verstarring”.
Voordat deze onderwerpen aan bod komen, zal echter eerst behandeld worden wat volgens het OBW onder het begrip “zaak” moet worden verstaan alsmede welke verschillende type bestanddelen een zaak kent. De vragen rondom afscheiding van bestanddelen en de continuïteit van zakelijke rechten hebben immers alle betrekking op zaken.