NJ 1960/261
Ongedaanmaking van onrechtmatige daad, bestaande in het nemen en doen inschrijven van een hypotheek, in de wetenschap en met de bedoeling, dat daardoor de koper van het pand dit niet vrij van hypotheek zou kunnen verwerven.
HR 11-03-1960, ECLI:NL:HR:1960:87
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 1960
- Magistraten
Mrs. Donner, Wiarda, Houwing, Hülsmann en Petit
- Zaaknummer
[11031960/NJ_1960-261]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1960:87, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑1960
- Wetingang
(BW art. 1253-1264, 1401.)
Essentie
Ongedaanmaking van onrechtmatige daad, bestaande in het nemen en doen inschrijven van een hypotheek, in de wetenschap en met de bedoeling, dat daardoor de koper van het pand dit niet vrij van hypotheek zou kunnen verwerven.
Samenvatting
Nu de door den koper van een onroerend goed ingestelde vordering (tot het bewerkstelligen van de doorhaling van een hypotheek) door den feitelijken rechter is opgevat als een vordering tot ongedaanmaking jegens den eiser van de onrechtmatige gedragingen, bestaande in het nemen en doen inschrijven van een hypotheek, in de wetenschap en met de bedoeling, dat daardoor de koper het pand ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.