NJB 2018/701
Als ongewenst verklaard vreemdeling in Nederland verblijven in de zin van art. 197 Sr en toetsing van de rechtmatigheid van de beschikking tot ongewenstverklaring aan HvJ EU 11 juni 2015, C-554/13, ECLI:EU:C: 2015:377 (Z.Zh. en O): omdat de verdachte zich in casu ten tijde van het uitvaardigen van de beschikking tot ongewenstverklaring niet op het grondgebied van de Europese Unie bevond, was de Terugkeerrichtlijn gelet op het bepaalde in art. 2 lid 1 daarvan op dat moment niet van toepassing op de verdachte. Aldus heeft het hof de beschikking ten onrechte getoetst aan de criteria zoals die voortvloeien uit de Terugkeerrichtlijn en de door het Hof van Justitie aan die criteria gegeven uitleg
HR 20-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:386
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 maart 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, V. van den Brink
- Zaaknummer
16/02513
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Verblijf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:386, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑03‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:107, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑01‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑09‑2016
- Wetingang
(art. 197 Sr)
Essentie
Als ongewenst verklaard vreemdeling in Nederland verblijven in de zin van art. 197 Sr en toetsing van de rechtmatigheid van de beschikking tot ongewenstverklaring aan HvJ EU 11 juni 2015, C-554/13, ECLI:EU:C: 2015:377 (Z.Zh. en O): omdat de verdachte zich in casu ten tijde van het uitvaardigen van de beschikking tot ongewenstverklaring niet op het grondgebied van de Europese Unie bevond, was de Terugkeerrichtlijn gelet op het bepaalde in art. 2 lid 1 daarvan op dat moment niet van toepassing op de verdachte. Aldus heeft het hof de beschikking ten onrechte getoetst aan de criteria zoals die voortvloeien uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.