De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/3:3 Duiding arresten WPNR-artikel
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/3
3 Duiding arresten WPNR-artikel
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941698:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De door de Hoge Raad gewezen jurisprudentie vormt een fraaie illustratie van de vermogensrechtelijke flexibiliteit van de kwaliteitsrekening. In de context van het theoretische raamwerk geschetst in hoofdstuk 1, lijkt ons hoogste rechtscollege het belang van partijen bij een wederkerige (niet) oversteek hoger aan te slaan dan het belang van het rechtsverkeer. In het Centavos-arrest brengt het gegeven dat de koopsom nog op de kwaliteitsrekening staat, met zich dat – indien de verkoper niet gepresteerd blijkt te hebben conform de gemaakte afspraken – de koper zich in goederenrechtelijke zin verzekerd weet van restitutie van de koopsom, ondanks dat de notaris normaliter deze zou hebben uitbetaald aan de verkoper (en de koopsom daarmee (onvoorwaardelijk) tot het vermogen van de verkoper zou zijn gaan behoren). Het Kadasterkosten-arrest illustreert dat ook andere partijen dan koper, verkoper en financiers belang hebben bij goederenrechtelijke zekerheid inzake het ontvangen van het aan hen verschuldigde, en dat de kwaliteitsrekening – afhankelijk van welke interpretatie van ‘bijschrijven in direct verband met’ men huldigt – de mogelijkheid biedt om aan deze wens tegemoet te komen.
De mate waarin, door middel van storting op de kwaliteitsrekening, de koopsom aan het rechtsverkeer wordt onttrokken in weerwil van artikel 3:276 BW jo. artikel 25 lid 3 Wna, vind ik ook in het eindstadium van mijn onderzoek nog dubieus. Echter, gezien het feit dat – zoals beschreven in de paragraaf hierboven – de onttrekking van gelden aan het rechtsverkeer noodzakelijk is om een wederkerige (niet) oversteek te kunnen waarborgen in het Nederlandse stelsel, is het niet onbegrijpelijk dat de doctrine en ons hoogste rechtscollege de vermogensrechtelijke gevolgen die de kwaliteitsrekening teweegbrengt enigszins oprekken. Zoals zal blijken in het vervolg van dit boek, geeft juist deze oprekking aanleiding voor de gedachte dat in het huidige stelsel de werkelijke potentie van de kwaliteitsrekening nog niet wordt benut. Immers, indien wij de kwaliteitsrekening in staat achten om, in weerwil van artikel 3:276 BW jo. artikel 25 lid 3 Wna, gelden aan het rechtsverkeer te onttrekken teneinde een wederkerige (niet) oversteek te waarborgen bij vastgoedtransacties, is het slechts een kleine stap om deze gedachteconstructie door te trekken naar de andere notariële transacties.