Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.8:5.8 Conclusie
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.8
5.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708303:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het klachtrecht van artikel 69 Fw biedt in potentie een belangrijk en efficiënt middel voor schuldeisers en andere belanghebbenden om invloed uit te oefenen op de afwikkeling van het faillissement. Dat de rechter-commissaris die een artikel 69-verzoek beoordeelt ook verder betrokken is bij de afwikkeling van het faillissement is naar mijn mening niet problematisch. Van belang is wel dat het hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris niet wordt beoordeeld door een naaste collega van de rechter-commissaris, maar door een rechter die onderdeel uitmaakt van een andere afdeling van de rechtbank of door (in beginsel de enkelvoudige kamer van) het gerechtshof. Om deze reden is het verder van belang dat het beleid van de curator niet alleen door de rechter-commissaris, maar ook door de rechtbank in volle omvang wordt getoetst.
Naar huidig recht is de toepassing van artikel 69 Fw beperkt. Slechts de limitatief in artikel 69 lid 1 Fw opgesomde belanghebbenden zijn bevoegd een artikel 69-verzoek in te dienen. Daar komt bij dat artikel 69 Fw in beginsel slechts is gegeven om invloed toe te kennen op het beheer over de failliete boedel en niet om persoonlijke rechten geldend te maken. Voor het geven van een bevel op grond van artikel 69 Fw op verzoek van een schuldeiser is het van belang dat de verzoeker in zijn belangen als schuldeiser dreigt te worden geschaad. Een artikel 69-verzoek kan niet worden toegewezen als belangen van maatschappelijke aard op de voorgrond staan. Mijns inziens kunnen belangen van maatschappelijke aard wel bij de beoordeling worden betrokken zolang schuldeisers primair schuldeisersbelangen aan hun verzoek ten grondslag leggen, maar hier wordt ook anders over gedacht.
Naar mijn mening is het wenselijk als het klachtrecht voor meer belanghebbenden toegankelijk is. Op grond van geldend recht zijn er belanghebbenden met een financieel belang bij het boedelbeheer van de curator die niet bevoegd zijn gebruik te maken van het klachtrecht. In dat kader heb ik gewezen op de boedelschuldeiser en op de aandeelhouder. Omdat de curator ook rekening moet houden met andere bij het faillissement betrokken belangen dan financiële, zouden niet alleen betrokkenen met een financieel belang bevoegd moeten zijn een artikel 69-verzoek in te dienen, maar ook andere belanghebbenden. Per geval zou dan moeten worden beoordeeld of het belang dat een verzoeker stelt te hebben een voldoende belang is. Om dit mogelijk te maken, is een wijziging van artikel 69 Fw noodzakelijk. Hetzelfde geldt voor het beroepsrecht van artikel 67 Fw: ook dat zou open moeten staan voor iedere belanghebbende. Ook zou het appelverbod van artikel 67 lid 1 Fw tegen een beslissing op een verzoek om toestemming voor onderhandse verkoop moeten worden geschrapt.
Het is ook wenselijk dat het toepassingsbereik van artikel 69 Fw wordt uitgebreid. Naar mijn mening zouden alle belangen die een rol spelen bij de afwikkeling van het faillissement aan de orde mogen worden gesteld, zodat het belangenpluralisme beter tot zijn recht komt in faillissement. Dit leidt naar mijn verwachting niet tot een grote toestroom van het aantal verzoeken. Naast het gegeven dat de verzoeker voldoende belang moet hebben bij het verzoek, kan artikel 69 Fw in mijn voorstel nog steeds in beginsel uitsluitend worden gebruikt om het beleid van de curator aan de orde te stellen en niet om persoonlijke rechten vast te stellen. Verder blijft het aantal artikel 69-verzoeken beperkt doordat bepaalde onderwerpen op grond van (het systeem van) de Faillissementswet niet aan de orde kunnen worden gesteld door middel van een artikel 69-verzoek en mag de bevoegdheid om een artikel 69-verzoek in te dienen niet worden misbruikt (art. 3:13 BW).