Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/2.1
2.1 Sancties, remedies en handhaving
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692105:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Engelhard 2009, p. 11.
Engelhard 2009, p. 12.
Het gegeven dat een toezichtbevoegdheid ontbreekt, betekent vanzelfsprekend niet dat geen privaat toezicht wordt gehouden. Van Nispen noemt als voorbeeld Buma/Stemra, die toezicht houdt, en voor opsporing en vervolging zorgt. Zie Van Nispen 2018/3.
Vgl. over deze definitiekwestie binnen de kaders van het Unierecht ook Pavillon 2019/1.
De niet privaatrechtelijke normen worden wel gebruikt om de open norm van art. 6:162 BW in te vullen en krijgen in zoverre een privaatrechtelijk karakter.
Uitvoerig hierover: Zippro 2009. Zie over handhaving van het privaatrecht door toezichthouders: Hage 2017.
Vgl. ook Pavillon 2020/2.2. Lindenbergh vindt het begrip ‘sanctie’ juist een neutrale betekenis hebben in die zin dat daarmee op de effectuering van een aanspraak wordt gedoeld. Lindenbergh 2007, p. 8.
Bij ongedaanmaking zal het moeten gaan om schadevergoeding in natura. Daarop ga ik later (paragraaf 7.10) in.
Van Boom, Van Dam-Lely & Lindenbergh 2011, p. 1.
Van Duin 2020, p. 28.
Van Nispen 1978/9. In voetnoot 42 geeft hij aan dat het gewone spraakgebruik zich er niet tegen verzet om preventieve maatregelen onder het begrip sancties te begrijpen.
Van Nispen 2018/1.
Haas 2009, p. 11; Van der Helm 2019/2.
Vgl. Haas 2009, p. 13. Ook in Duitsland wordt dat zo gezien, aldus Hofmann & Kurz 2019, p. 5.
Nuninga spreekt in dit verband over de ‘congruentie-eis’: het bevel of verbod mag alleen betrekking hebben op de onderliggende rechtsplicht. Nuninga 2018, p. 153. Zie ook Drion 1962, p. 217 en 219.
Het bevel of verbod roept een zelfstandige verbintenis in het leven en schending daarvan kan tot schadeplichtigheid leiden. Zie HR 13 november 1914, NJ 1914/98 en HR 29 december 1921, NJ 1922/225. Zie ook PG Boek 3, p. 894, waar wordt gesproken over de bevoegdheid van de rechter om ‘zodanige verbintenis’ te doen ontstaan. De toegevoegde waarde lag er ten tijde van het arrest in dat een voorwaardelijke schadevergoeding mogelijk werd geacht voor toekomstige onrechtmatige daden, omdat het instituut van de dwangsom toen nog niet bestond, aldus Drion 1962, p. 223.
Ik ben hierop uitvoeriger ingegaan in mijn monografie over het rechterlijk bevel en verbod. Van der Helm 2019, paragraaf 6.3.
26. De begrippen sancties en remedies worden in de literatuur door elkaar heen gebruikt. Ik bespreek deze begrippen omdat de centrale vraag van dit boek is welke eisen aan remedies mogen worden gesteld. Om die vraag te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk te omschrijven wat er onder het begrip remedies wordt verstaan en daarmee ook of het verschilt van het begrip sancties. Door die omschrijving wordt immers mede duidelijk wat het onderwerp is van het onderzoek naar de vraag welke eisen aan remedies kunnen worden gesteld. De begrippen sancties en remedies staan niet los van het begrip handhaving, maar vormen veeleer het instrumentarium dat voor handhaving wordt gebruikt. Ik bespreek eerst het begrip handhaving.
27. Het begrip handhaving valt uiteen in de handhaving van het privaatrecht en handhaving door het privaatrecht. 1 Met handhaving van het privaatrecht wordt gedoeld op de handhaving van privaatrechtelijke normen als zodanig. Met handhaving door het privaatrecht wordt gedoeld op de handhaving van andere dan privaatrechtelijke aanspraken en rechten door de aanwending van privaatrechtelijke bevoegdheden. Hoewel handhaving in strikte zin betrekking kan hebben op individuele subjectieve rechten, wordt het begrip vaak ook gebruikt in ruimere zin. Engelhard definieert het begrip (rechts)handhaving als ‘het ondernemen van juridische actie, het nemen van maatregelen, het houden van toezicht en/of het opleggen van sancties ter bevordering van de naleving van rechtsplichten en/of het geldend maken van aanspraken of rechten’.2 In deze definitie overstijgt het begrip handhaving het gedrag van een individu dat zijn rechten wil veiligstellen. Een individuele rechthebbende in het privaatrecht zal immers in de regel niet beschikken over toezichtsbevoegdheden of de bevoegdheid een sanctie op te leggen.3 Wanneer het gaat over het opleggen van sancties, gaat het veeleer om handhaving door het bestuursrecht of het strafrecht of, binnen het privaatrecht, door het opleggen van een sanctie (denk aan een contractuele boete of dwangsom) door de rechter op vordering van een rechthebbende.4 Handhaving binnen het privaatrecht kan ook plaatsvinden door beroepsorganisaties die een vorm van toezicht op hun leden houden. Minstens zo belangrijk is de handhaving van het privaatrecht door bedrijven die zich op dezelfde markt begeven en die in de gaten houden of er onrechtmatige concurrentie plaatsvindt doordat een concurrerend bedrijf zich bijvoorbeeld niet houdt aan publiekrechtelijke voorschriften. Van handhaving is in zekere zin ook sprake indien een partij een ten laste van een andere partij uitgesproken veroordeling (een bevel of verbod) heeft gekregen die op straffe van een dwangsom is uitgesproken. Die partij zal in de regel nauwlettend in de gaten houden of de veroordeling wordt nageleefd. Er is op die manier sprake van handhaving van het (de door de veroordeling reeds gehandhaafde) privaatrecht.
28. (Rechts)handhaving geschiedt vanzelfsprekend ook op individueel niveau, waarbij het gaat om het veilig stellen of afdwingen van subjectieve rechten. Het gaat mij in dit bestek met name om de handhaving van het privaatrecht door individuele rechtssubjecten die streven naar nakoming van hun rechten, of door een collectiviteit van individuen. Het al eerdergenoemde streven naar een ongestoorde nachtrust is daarvan een voorbeeld. Dat belang kan op individueel niveau worden nagestreefd wanneer de buren onrechtmatige hinder veroorzaken, maar ook door een collectiviteit die zich verzet tegen overlast door nachtvluchten op Schiphol. Voor het onderwerp van dit boek is ook de handhaving door het privaatrecht (van andere dan privaatrechtelijke belangen) van belang. Het al eerdergenoemde voorbeeld van de bescherming van het klimaat brengt dat tot uitdrukking. Dat belang, dat niet primair een privaatrechtelijk belang is, wordt immers nagestreefd door een collectiviteit van individuen die met een beroep op het privaatrecht (art. 6:162 BW) naleving van (internationale) niet (primair) privaatrechtelijke normen probeert af te dwingen.5 Het spreekt overigens vanzelf dat ook op het niveau van individuen of individuele bedrijven het privaatrecht kan worden gebruikt om naleving van andere rechten zoals die uit het mededingingsrecht of het milieurecht af te dwingen.6
29. De begrippen remedies en sancties worden soms door elkaar gebruikt. Ik geef de voorkeur aan het begrip remedies omdat het begrip sancties (ook) een strafrechtelijke of bestuursrechtelijke connotatie heeft als reactie op ongewenst gedrag.7 Ik omschrijf remedies in het privaatrecht als die maatregelen die in of buiten rechte getroffen kunnen worden om schending van rechten te voorkomen of ongedaan te maken door de schade te vergoeden of te herstellen. Tot de remedies behoren dus niet alleen de preventieve maatregelen zoals het bevel en verbod, maar ook de (gerechtelijke en buitengerechtelijke) ontbinding, opschorting, vernietiging en schadevergoeding. Ik realiseer mij daarbij dat een bevel niet louter preventief hoeft te werken, maar ook op al verricht onrecht betrekking kan hebben, in het bijzonder wanneer het strekt tot ongedaanmaking van dat onrecht of het voorkomen van een herhaling of voortduring daarvan.8 In dat laatste geval is een bevel gebaseerd op het verleden maar werkt het naar de toekomst en in zoverre preventief. Dat remedies behoren tot het instrumentarium voor handhaving volgt ook uit de volgende definitie van remedies: ‘alle juridische middelen ten behoeve van de handhaving van rechten, de naleving van plichten en de sanctionering van verkeerd gedrag in het privaatrecht.’9 Ook in deze definitie zien remedies niet alleen op herstel in de oude toestand, maar hebben zij ook een preventieve functie. Remedies staan daarmee in nauw verband met de subjectieve rechten en hebben de tweeledige functie die rechten af te dwingen of herstel te bieden.10
30. Van Nispen gebruikte in zijn dissertatie een iets bredere definitie van het begrip sancties omdat hij daaronder ook rekent de van rechtswege intredende gevolgen van gepleegd onrechtmatig gedrag, waarbij hij overigens (in een voetnoot) ook aangeeft dat het gewone spraakgebruik zich niet ertegen verzet preventieve maatregelen onder het begrip sancties te begrijpen.11 In zijn latere monografie rekent hij preventieve maatregelen zonder meer tot de sancties.12 Hoewel juist is dat ook van rechtswege intredende gevolgen sancties kunnen zijn, is niet goed denkbaar dat preventieve remedies van rechtswege intreden. Zo is op grond van art. 3:296 BW voor een rechterlijk bevel of verbod een vordering in rechte vereist. Ik laat die van rechtswege intredende sancties daarom, tenzij anders opgemerkt, buiten beschouwing.
31. Daarmee is ook de vinger gelegd op de zere plek van mijn definitie van ‘remedies’. Die draagt het probleem in zich dat ook nakoming daaronder begrepen kan worden. Nakoming wordt immers ook wel bestempeld als de ‘primaire remedie’ en werkt in zekere zin preventief, namelijk voordat er niet-nagekomen wordt.13 Met de aanduiding als ‘primaire remedie’ wordt bedoeld dat alle (andere) remedies subsidiair zijn omdat zij veelal voor de gerechtigde een minder gunstig resultaat opleveren. De vraag kan gesteld worden of nakoming wel een remedie is. Een ontkennende beantwoording ligt voor de hand, omdat nakoming veeleer de normale gang van zaken is. Nakoming is, met andere woorden, een natuurlijk kenmerk van de overeenkomst dat van rechtswege ontstaat wanneer de verbintenis uit overeenkomst tot stand komt.14 Het is daarom zuiverder om in dit verband het begrip ‘remedie’ te reserveren voor het rechterlijk bevel tot nakoming, omdat eerst met dat rechterlijk bevel de nakoming wordt afgedwongen. Voor andere remedies zoals ontbinding of schadevergoeding is soms een tussenstap zoals een ingebrekestelling nodig voordat de remedie zijn werk kan doen. Voor het rechterlijk bevel is dat niet het geval. Het rechterlijk bevel tot nakoming is in zoverre niet alleen aan te duiden als een primaire remedie, maar ook als de meest directe remedie (hierover nader in paragraaf 7.3).
32. Opmerking verdient dat remedies weliswaar tot functie kunnen hebben om rechten te handhaven, maar dat sommige remedies, en met name de preventieve remedies, zelf ook moeten worden gehandhaafd. Een bevel en verbod spreken immers slechts uit wát verboden of geboden is. Zij roepen geen nieuwe verplichtingen in het leven.15 De schending van het bevel of verbod is dus evenzeer een schending van de daaraan ten grondslag liggende rechten. En hoewel moet worden aangenomen dat de schending van een rechterlijke uitspraak waarin een bevel of verbod is neergelegd ook tot schadeplichtigheid kan leiden, heeft dat weinig toegevoegde waarde als moet worden aangenomen dat de schending van de onderliggende rechten tot diezelfde schadeplichtigheid leidt.16 Om die reden zal een rechterlijk verbod of bevel in de regel vergezeld moeten gaan van een dwangmiddel als dwangsom of lijfsdwang.17