Belastingblad 2025/154
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste en impliciete kenbaarmaking. Belanghebbende heeft niet (impliciet) kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlinebezwaarformulier. Het bewijsstuk waarop de rechtbank (kennelijk) heeft gebaseerd dat de verzending van de e-mail aannemelijk is gemaakt (namelijk een schermprint van de e-mail) is onvoldoende als bewijs van verzending.
HR (Parket) 28-02-2025, ECLI:NL:PHR:2025:277
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
28 februari 2025
- Zaaknummer
24/01787
- Conclusie
A-G M.R.T. Pauwels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1728, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:277, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑2025
Essentie
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste en impliciete kenbaarmaking. Belanghebbende heeft niet (impliciet) kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlinebezwaarformulier. Het bewijsstuk waarop de rechtbank (kennelijk) heeft gebaseerd dat de verzending van de e-mail aannemelijk is gemaakt (namelijk een schermprint van de e-mail) is onvoldoende als bewijs van verzending.
Conclusie
Conclusie
In de zaak van
[X] (belanghebbende)
tegen
het college van burgemeester en wethouders
van de gemeente Leiden (het College)
1. Inleiding en overzicht
De kern
1.1
Deze zaak betreft een beroep in cassatie tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.