Exit rights of minority shareholders in a private limited company
Einde inhoudsopgave
Exit rights of minority shareholders in a private limited company (IVOR nr. 72) 2010/9.2.5:9.2.5 Voorwaardelijke uittredingsrechten
Exit rights of minority shareholders in a private limited company (IVOR nr. 72) 2010/9.2.5
9.2.5 Voorwaardelijke uittredingsrechten
Documentgegevens:
mr. dr. P.P. de Vries, datum 03-05-2010
- Datum
03-05-2010
- Auteur
mr. dr. P.P. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS404069:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een voorwaardelijk uittredingsrecht heeft een aandeelhouder slechts in duidelijk omschreven omstandigheden een recht tot uittreding. Het voordeel van deze benadering is dat een tijdrovend en kostbaar debat voor een rechter over de vraag of uittreding rechtvaardig en gewenst is, wordt voorkomen. Voorwaardelijke uittredingsrechten zijn daarom efficiënter dan een uittredingsprocedure. Naar Nederlands recht heeft de aandeelhouder die niet instemt met de omzetting van de BV in een vereniging, stichting, cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of OVR een uittredingsrecht. Daarnaast heeft de aandeelhouder die tegen een besluit tot grensoverschrijdende fusie stemt een uittredingsrecht.
Nu in de situatie van grensoverschrijdende fusie de minderheidsaandeelhouder een uittredingsrecht heeft, dient dit uittredingsrecht ook ter beschikking te staan in vergelijkbare situaties zoals grensoverschrijdende omzetting en grensoverschrijdende splitsing (§ 7.5). In het geval van grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende omzetting en grensoverschrijdende splitsing dienen deze uittredingsrechten ook ter beschikking te staan aan minderheidsaandeelhouders van een SE (§ 7.4.2).
Naar mijn mening verdient de introductie van een uittredingsrecht als spiegelbeeld van de uitkoopprocedure aanbeveling. Dit uittredingsrecht vormt een vanzelfsprekend quid pro quo voor de uitkoopprocedure (§ 2.3.2, § 2.3.3 en § 7.6). Daarnaast kan dit uittredingsrecht als beschermingsmiddel dienen voor aandeelhouders die minder dan 5% van het geplaatste kapitaal verschaffen en, derhalve, doorgaans geen toegang hebben tot het enquêterecht (§ 7.6).
Mochten de hiervoor genoemde uittredingsrechten worden ingevoerd, dan is er naar mijn mening geen reden om additionele uittredingsrechten in te voeren. Mocht van de minderheidsaandeelhouder in redelijkheid niet langer gevergd kunnen worden om aandeelhouder te blijven, dan kan een beroep worden gedaan op de verbeterde uittredingsprocedure.