RF 2011/7
Promissory Notes. Stuit een vordering uit hoofde van 'promissory notes' af op het feit 1. dat de crediteur bij de debiteur het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat deze van zijn schuld was gekweten, dan wel 2. dat de crediteur het recht op uitoefening van zijn vorderingsrecht heeft verwerkt? (OCW International B.V./X)
HR 03-12-2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1976
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 december 2010
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.E. Drion
- Zaaknummer
09/01320
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
BO1976
- JCDI
JCDI:ADS875578:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Internationaal privaatrecht (V)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BO1976, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO1976, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑10‑2010
- Wetingang
Wet RO art. 81
Essentie
Promissory Notes.
Stuit een vordering uit hoofde van ‘promissory notes’ af op het feit 1. dat de crediteur bij de debiteur het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat deze van zijn schuld was gekweten, dan wel 2. dat de crediteur het recht op uitoefening van zijn vorderingsrecht heeft verwerkt?
Samenvatting
Gedurende zijn functie als CEO bij Piedmont International S.A. (‘Piedmont’) heeft verweerder aandelen verworven in Piedmont die hij onder bepaalde omstandigheden bij beëindiging van zijn functie door middel van het uitoefenen van een put optie kon terugverkopen aan Piedmont. Om de koopprijs te voldoen heeft verweerder twee leningen ontvangen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.