AB 2015/263
Een in art. 14 Drl verboden vestigingseis kan niet meer worden gerechtvaardigd met beroep op primair recht.
HvJ EU 16-06-2015, ECLI:EU:C:2015:399, m.nt. M.R. Botman (Rina Services e.a)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
16 juni 2015
- Magistraten
V. Skouris, K. Lenaerts, A. Tizzano, R. Silva de Lapuerta, T. von Danwitz, A. Ó Caoimh, J. Malenovský, A. Arabadjiev, D. Šváby, M. Berger, E. Jarašiūnas, C.G. Fernlund, J.L. da Cruz Vilaça
- Zaaknummer
C-593/13
- Noot
M.R. Botman
- Roepnaam
Rina Services e.a
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS263418:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Marktintegratie
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2015:399, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 16‑06‑2015
ECLI:EU:C:2015:159, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 10‑03‑2015
- Wetingang
Essentie
Nationale voorschriften die vallen onder de zwarte lijst met verboden eisen in art. 14 Drl, kunnen niet meer worden gerechtvaardigd met een beroep op het primaire recht. Deze verboden eisen moeten stelselmatig worden ingetrokken.
Samenvatting
Dienaangaande moet er […] op worden gewezen dat de in artikel 14 van richtlijn 2006/123 genoemde eisen, waartoe de eis van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling behoort, niet kunnen worden gerechtvaardigd. Die conclusie vloeit zowel voort uit de bewoordingen van artikel 14 zelf als uit de algemene opzet van richtlijn 2006/123.
Partij(en)
Presidenza ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.