Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/3.3.2.0
3.3.2.0 Introductie
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS457771:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 juni 1969, BNB 1969/202, HR 26 april 1978, BNB 1978/140 en HR 10 maart 1993, BNB 1993/237.
Zie voor een algemene beschouwing over turbovennootschappen J.C.K.W. Bartel, Turbovennootschappen, NV 1994, blz. 3 e.v. alsmede M.A. Wiebes, Turbo- en herkapitalisatieproblema-tiek, in: Herbezinning op het regime voor de inkomsten uit aandelen, Pre-advies Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, blz. 123-133, IBFD Publications BV. Amsterdam, 1995.
Deze resolutie is door P. Fortuin besproken in: Rapport inzake turbo, verlies- en vervan-gingsreservevennootschappen, WFR 1992/6004, blz. 503 e.v.
Een tweede structuur waarbij in het tot 1 januari 997 geldende aandelenregime gebruik werd gemaakt van het objectieve kenmerk van het gemiddeld op de (desbetreffende) aandelen gestorte kapitaal waren de zgn. turboconstructies. Bij deze constructies verwierf een aandeelhouder een vennootschap (turbovennootschap) met een (hoog) gestort aandelenkapitaal, welk aandelenkapitaal als gevolg van verliezen volledig was verdwenen. Hierbij ging het veelal om een lege of nagenoeg lege vennootschap. Dit hoge nominaal aandelenkapitaal kon zijn ontstaan door reële stortingen in het verleden of door omzetting van waardeloze of onvolwaardige vorderingen op de vennootschap in aandelenkapitaal tot het nominale bedrag van die vorderingen. Ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad leidt een dergelijke omzetting noch bij de schuldenaar noch bij de schuldeiser tot winstneming over de schuld.1 Nadat in de turbovennootschap winstgevende activiteiten waren ingebracht, kon de aandeelhouder deze winsten tot zich nemen door onbelast op het aandelenkapitaal terug te betalen (art. 29, tweede lid, Wet IB), dan wel door de aandelen in de inmiddels weer volwaardig geworden turbovennootschap zonder aanmerkelijkbelangheffing te vervreemden (art. 39, vierde lid, laatste volzin, (oud) Wet IB).
Variant op dit thema betrof de verwerving van een turbovennootschap tezamen met een waardeloze of onvolwaardige vordering op deze vennootschap. Nadat winstgevende activiteiten in de turbovennootschap waren ingebracht, werd de vordering weer volwaardig en kon in beginsel onbelast aan de aandeelhouder worden afgelost.2 Ook turboconstructies zijn blijkens de resolutie van de staatssecretaris van Financiën van 7 november 1991, nr. DB91/6081, BNB 1992/20 steeds door de fiscus bestreden.3