Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VIII.D
VIII.D. BIJVANGST: DE ZES KNELPUNTEN VERDWENEN EN DE TESTAMENTSVOLLSTRECKER VOORBIJ
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402666:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
CAROLIN LAUER, Der Testamentsvollstrecker in der Grauzone rechtlicher Befugnisse (diss.Wurzburg) 1999, p. 3: '[...] dieTatsache, dass dem Testamentsvollstrecker in der deut-schen Rechtsordnung eine so weitgehende Rechtsmacht verliehen wurde wie in kaum einer anderen.'
Wie ten opzichte van de Duitse 'Dauer'vollstreckung nog een zwakke plek zou willen signaleren, kan wijzen op het feit dat het verlengstuk van executele: afwikkelingsbewind op grond van art. 4:180 BW na het verstrijken van vijf jaar na het overlijden, opgezegd kan worden.
Niet alleen de ware aard van executele is onderzocht, maar in het onderzoek is ook meegenomen in hoeverre de (vele) knelpunten die onder het oude erfrecht op het gebied van executele bestonden, met de komst van het nieuwe erfrecht verdwenen zijn. De in de inleiding gegeven zes knelpunten zijn de ene keer direct en de andere keer meer indirect aan de orde geweest. Ik vat kort samen:
De mystieke term 'bezit' is in art. 4:144 BW vervangen door de term 'beheer' als bedoeld in art. 3:170 BW. Zie Hfdst. III.C. Het overgangsrecht houdt hier in art. 133 Overgangswet rekening mee. Het takenpakket van de executeur onder nieuw erfrecht is duidelijk omschreven in afdeling 4.5.6 BW, waaronder begrepen de in art. 4:147 BW gegeven bevoegdheid om goederen te gelde te maken. De inbedding in de gelaagde structuur zorgt voor de onontbeerlijke toegang tot het algemene vermogensrecht. De ontaarde 'boedelberedderaar' kan onder nieuw erfrecht echter maar moeilijk aarden. Ook via het overgangsrecht blijft deze bijzondere rechtsfiguur maar moeilijk in te passen. Het notariaat kan het knelpunt 'boedelberedderaar' zo snel mogelijk verhelpen door toekomstige erflaters er zoveel mogelijk op te wijzen deze benoemingen te herroepen en eventueel te vervangen door een beheersexecuteur en/of afwikkelingsbewindvoerder. Zie HfdstVI.B.
De sterke goederenrechtelijke positie van de legitimaris onder het oude erfrecht is onder nieuw erfrecht komen te vervallen. De legitieme is niet slechts verbintenisrechtelijk van aard, maar onder omstandigheden ook niet direct opeisbaar, art. 4:82 BW. Het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 1933, NJ 1933, 645 geldt onder het nieuwe erfrecht niet meer. Uit art. 4:72 en art. 4:73 BW blijkt dat een executele onder nieuw erfrecht geen inferieure verkrijging oplevert. Een afwikkelingsbewinddaarentegen wel. Door de gewijzigde aard van de legitieme portie onder nieuw erfrecht raakt dit de positie van de afwikkelingsbewindvoerder echter in beginsel niet. Zie voor de zeven zwakke plekken van de nieuwe legitieme portie Hfdst. III. D.1.3.
Art. 4:202 BW heeft als strekking dat men onder nieuw erfrecht door loutere beneficiaire aanvaarding de positie van de executeur niet kan verzwakken, Hfdst. III.D.4.
In dit doel is, mede gelet op de eerste rechtspraak, de wetgever geslaagd.
Uit art. 4:144 BWen art. 4:145 BW blijkt dat het beheer van de executeur onder nieuw erfrecht privatief is en in het verlengde hiervan dat de erfgenamen beschikkingsonbevoegd zijn, Hfdst. III.C en Hfdst. IV.B.
De wettelijke regeling van de beloning onder nieuw erfrecht is niet meer 'manipuleerbaar en onwerkbaar .'Alleen de term 'vermogen' in art. 4:144 lid 2 BW kan vragen oproepen. Het is verstandig om dit begrip in de uiterste wilsbeschikking nader te definieren, Hfdst IV.C.
Art. 20 Wet op het notarisambt maakt duidelijk dat de benoeming van de notaris tot executeur geen verboden begunstiging oplevert. De notarisexecuteur is partij-notaris. De boedelnotaris is onpartijdig, Hfdst III.B.
Kortom, de knelpunten die onder het oude erfrecht met betrekking tot exe-cutele bestonden, zijn onder het nieuwe erfrecht in beginsel opgelost. De positie van de Nederlandse executeur-afwikkelingsbewindvoerder is dan ook sterk te noemen, Hfdst V.
Lauer1 gaf aan dat de DuitseTestamentsvollstrecker een van de sterkste 'executeurs' ter wereldis. Naar mijn mening heeft het onderhavige onderzoek aangetoond dat de Nederlandse executeur-afwikkelingsbewindvoerder de Testamentsvollstrecker voorbijgestreefdis en daarmee in ieder geval in Europa vooraan loopt.2 Ik breng met het oog hierop niet alleen in herinnering enkele belangrijke erfrechtelijke bepalingen zoals art. 4: 63 BW, art. 4:72 BW, art. 4:73 BW, art. 4:82 BW, art. 4:130 BWen niet te vergeten art. 4:171 BW, maar ook de algemeen vermogensrechtelijke pijlers als art. 3:67 BW, art. 3:77 BW, art. 3:168 BW, art. 3:170 BWen art. 7:423 BW, maar met name het feit dat de executeur onder nieuw erfrecht uberhaupt een 'ware aard' gekregen heeft, op basis waarvan antwoordop een voorliggende rechtsvraag gegeven kan worden.