V-N 2019/14.3
Borgstelling onzakelijk omdat het voorwaarde is voor verdere financiering door onafhankelijke derde
Hof Arnhem-Leeuwarden 20-11-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10037, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
20 november 2018
- Magistraten
Van der Wal, Van Knobelsdorff, Brummer
- Zaaknummer
17/001168 en 17/01169
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS29481:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2018:10037, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 20‑11‑2018
- Wetingang
art. 3.92 Wet IB 2001
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat een onafhankelijke derde op 1 januari 2011 niet bereid zou zijn geweest om onder dezelfde voorwaarden eenzelfde (debiteuren)risico uit borgstelling te aanvaarden.
Samenvatting
Belanghebbende, X, houdt de aandelen in G bv die werkzaam is in de schoenenbranche. In verband met een door H bv verstrekte lening, waarvoor X zekerheden heeft verstrekt, sluiten X en G bv medio 2011 een overeenkomst van borgstelling. H bv verstrekt medio 2011 wederom leningen aan G bv. In 2013 roept H bv de borgstelling in en wordt X aangesproken. X betaalt vervolgens € 300.000 aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.