RAV 2017/103
Beroepsaansprakelijkheid accountant. Wat zijn de aan de motivering te stellen eisen als een rechter afwijkt van het oordeel van de tuchtrechter?
HR 22-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2452
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 september 2017
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
16/03468
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS927698:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2452, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑09‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:430, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑05‑2017
- Wetingang
Art. 6:98 BW
Essentie
Beroepsaansprakelijkheid accountant. Waarschuwingsplicht. Motivering.
Wat zijn de aan de motivering te stellen eisen als een rechter afwijkt van het oordeel van de tuchtrechter?
Samenvatting
Een accountant krijgt een waarschuwing van de tuchtrechter voor onder meer het onvoldoende kritisch zijn over een (later onbetrouwbaar gebleken) adviseur. Het hof neemt dit oordeel van de tuchtrechter tot uitgangspunt, maar acht de accountant desondanks niet aansprakelijk. Het hof overweegt dat de schade van de cliënt is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van de adviseur. Indien tijdig zou zijn ontdekt dat de adviseur niet betrouwbaar was, zou de schade mogelijk (deels) zijn voorkomen. Dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.