De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.5:14.3.5 Indirecte verwerving
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.5
14.3.5 Indirecte verwerving
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368836:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam reeds op verschillende plaatsen aan de orde dat ook indirecte verwervingen, i.e. verwervingen van effecten in een (tussen)holding die op zijn beurt weer effecten in de doelvennootschap houdt, tot een biedplicht kunnen leiden (§ 14.2.4). Onduidelijk is hoe dan de billijke prijs moet worden bepaald. In ieder geval niet aan de hand van de “gewone” billijke prijs-regel van art. 5:80a lid 2 Wft, die immers uitgaat van een verwerving van “effecten van dezelfde categorie of klasse als waarop het verplichte bod betrekking heeft”.
Voor de goede orde: effecten die de tussenholding zelf verwerft in de referentieperiode tellen wel mee voor de bepaling van de billijke prijs onder art. 5:80a lid 2Wft. In dat geval – aangenomen dat zij kwalificeert als dochteronderneming of gecontroleerde onderneming – wordt onderling overleg onweerlegbaar vermoed aanwezig te zijn en geldt de verwerving van de tussenholding als een verwerving door “een persoon die met de bieder in onderling overleg handelt”.