NJ 1915, p. 98
Rechten van jacht en visscherij. Tenietgaan door verjaring. Astreinte als zuiver dwangmiddel. Verbintenis om iets niet te doen voortvloeiende uit een rechterlijk verbod. Schadevergoeding.
HR 13-11-1914, ECLI:NL:HR:1914:27
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 november 1914
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. S. Laman Trip. Raden: Mrs. S. Gratama, A. J. L. Nypels, J. A. A. Bosch en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[13111914/NJ_1915,_p._98]
- Conclusie
Mr. Ledeboer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1914:27, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑11‑1914
- Wetingang
(BW art. 641, 1275; Rv art. 44-66.)
Essentie
Rechten van jacht en visscherij. Tenietgaan door verjaring. Astreinte als zuiver dwangmiddel. Verbintenis om iets niet te doen voortvloeiende uit een rechterlijk verbod. Schadevergoeding.
Samenvatting
De rechten van jacht en visscherij zijn bij S. B. van 26 Maart 1814 S. 20 niet als heerlijkheidsgevolgen hersteld, maar als gewone op zich zelf staande burgerlijke, zakelijke, rechten in het leven geroepen, zoodat daarop het Oud-Hollandsch recht niet van toepassing is.
Volgens het bestreden arrest was de 30-jarige verjaring door niet-uitoefening reeds in 1855 voltooid, zoodat die verjaring moet worden beoordeeld naar den code, die hier te lande nog rechtskracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.