De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/1.2:1.2 Verantwoording
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/1.2
1.2 Verantwoording
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS386119:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie, ‘Aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in semipublieke sectoren’, 12 november 2013 (Kamerstukken II 2013-2014, 33 750-VI, nr. 31, p. 3).
Kamerstukken II 2015-2016, 34 491, nr. 2 (“Wetsvoorstel btrp”) en Kamerstukken II 2015-2016, 34 491, nr. 3 (“MvT btrp”).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nederland kent veel stichtingen. Het aantal groeit nog steeds: van ruim 50 000 in 1976 naar meer dan 200 000 in 2016. Het in Titel 6 van Boek 2 BW opge nomen stichtingenrecht is, in vergelijking tot de wettelijke regeling van andere rechtspersonen, summier. De raad van toezicht van de stichting is van oudsher niet wettelijk geregeld; het eerste stichtingenrecht (de Wet op Stichtingen 1956, “WS 1956”) en het huidige stichtingenrecht bevatten geen wettelijke basis voor de instelling van de raad van toezicht. Dat betekent echter niet dat instelling van een raad van toezicht niet toegestaan is. Voor stichtingen in verschillende sectoren zijn sectorregels en governancecodes opgesteld, waarin in sommige gevallen een raad van toezicht zelfs verplicht is voorgeschreven. Stichtingen kunnen er om verschillende redenen ook zelf voor kiezen om een raad van toezicht in te stellen.
Intern toezicht bij stichtingen staat al een aantal jaar in de belangstelling. In de politiek wordt herhaaldelijk gesproken over “incidenten” en “falend toezicht” bij semipublieke instellingen, dat wil zeggen: bij zorginstellingen, woningcorporaties en scholen, die doorgaans de rechtsvorm van een stichting hebben. De Minister van Veiligheid en Justitie schreef naar aanleiding van incidenten in de semipublieke sector in 2013: “Niet voor alle interne toezichthouders in semipublieke sectoren is duidelijk wat tot hun taak behoort. Verbetering van het toezicht begint bij het scheppen van meer duidelijkheid over de taken en bevoegdheden van interne toezichthouders.”1
Thans is bij de Tweede Kamer in behandeling het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (“Wetsvoorstel btrp”) waarin wordt voorgesteld om de taak en de interne aansprakelijkheid van leden van het toezichthoudend orgaan van alle rechtspersonen, dus ook van stichtingen, in een algemene regeling vast te leggen.2 Volgens de Memorie van Toelichting beoogt het Wetsvoorstel btrp de kwaliteit van bestuur en toezicht bij stichtingen in de semipublieke sector te verbeteren. Om dit te bereiken wordt onder meer voorzien in een wettelijke grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij stichtingen.
De voorgestelde wijzigingen in Boek 2 BW richten zich echter niet alleen op stichtingen in de semipublieke sector, maar ook op stichtingen in het algemeen. De wetgever heeft bovendien voorgesteld om een aantal regels van bestuur en toezicht die nu slechts gelden voor andere rechtspersonen dan stichtingen – zoals regels omtrent taakvervulling, tegenstrijdig belang en aansprakelijkheid van leden van het toezichthoudend orgaan – te uniformeren voor alle rechtspersonen.
In verband met het Wetsvoorstel btrp zal in dit onderzoek onder meer de vraag aan de orde komen of de voorgestelde regels leiden tot verduidelijking van de taak en de bevoegdheden van de raad van toezicht en de vraag of het uniformeren van regels voor het toezichthoudend orgaan van alle rechtspersonen geen afbreuk doet aan het bijzondere karakter van de stichting ten opzichte van andere rechtspersonen.
Het onderzoek is afgesloten op 20 december 2017.