Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.4:1.4 Het huidige Burgerlijk Wetboek
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.4
1.4 Het huidige Burgerlijk Wetboek
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489652:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in het huidige Burgerlijk Wetboek is geen definitie1 of omschrijving2 van mandeligheid opgenomen. De term ‘mandeligheid’ en afleidingen daarvan komen wij tegen in de art. 5:60-68.
Titel 5.5 begint met een bepaling over het ontstaan van mandeligheid (5:60) en vervolgt na een bepaling omtrent het einde daarvan (5:61), wederom met een bepaling omtrent het ontstaan/aanwezig zijn van mandeligheid (5:62). Nadat vervolgens in art. 5:63 de bijzondere eigenschappen van mandeligheid zijn besproken volgen artikelen over de verschaffing van toegang tot de mandelige zaak (5:64); onderhoud, reiniging en vernieuwing van de mandelige zaak (5:65); overdracht van het mandelige aandeel (5:66); bouwen tegen en in een scheidsmuur (5:67) en het gootrecht (5:68). Ten slotte volgt art. 5: 69. Dit artikel handelt over de mogelijkheid om bij een regeling overeenkomstig art. 3:168 van een aantal bepalingen van titel 5.5 af te wijken.