Gst. 2018/48
De motivering van het bestreden besluit is ondeugdelijk, want voor een relevant deel gebaseerd op een verklaring die het bestuursorgaan wegens het niet geven van de cautie (art. 5:10a Awb) onrechtmatig heeft verkregen. De Centrale Raad van Beroep passeert dit gebrek (art. 6:22 Awb) met het argument dat de overtreding met behulp van wel rechtmatig verkregen bewijs kan worden aangetoond.
CRvB 26-09-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3338, m.nt. L.M. Koenraad & K.I.M. Lever
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
26 september 2017
- Magistraten
Mrs. F. Hoogendijk, G.M.G. Hink en J.T.H. Zimmerman
- Zaaknummer
15/2401 WWB
- Noot
L.M. Koenraad & K.I.M. Lever
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS36626:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2017:3338, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 26‑09‑2017
- Wetingang
(Art. 6 EVRM; art. 5:10a Awb, art. 6:22 Awb)
Essentie
De motivering van het bestreden besluit is ondeugdelijk, want voor een relevant deel gebaseerd op een verklaring die het bestuursorgaan wegens het niet geven van de cautie (art. 5:10a Awb) onrechtmatig heeft verkregen. De Centrale Raad van Beroep passeert dit gebrek (art. 6:22 Awb) met het argument dat de overtreding met behulp van wel rechtmatig verkregen bewijs kan worden aangetoond.
Samenvatting
Uit het oogpunt van waarborging van de aan art. 6 van het EVRM te ontlenen rechten is in art. 5:10a, eerste lid, van de Awb neergelegd dat degene die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.