NJ 1938/869
Doodslag. De bewezenverklaring. Het bewijs van het opzet om te dooden. „Moest weten" gebezigd in den zin van „noodzakelijkerwijze heeft geweten".
HR 23-07-1937, ECLI:NL:HR:1937:287, m.nt. Prof.mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juli 1937
- Magistraten
Mrs. Kosters, Kranenburg, Meckmann, van der Meulen en van Regteren Altena
- Zaaknummer
[23071937/NJ_1938_869]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
Prof.mr. W.P.J. Pompe
- JCDI
JCDI:ADS163328:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1937:287, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑07‑1937
- Wetingang
Essentie
Doodslag. De bewezenverklaring. Het bewijs van het opzet om te dooden. „Moest weten" gebezigd in den zin van „noodzakelijkerwijze heeft geweten".
Samenvatting
In verband met de gebezigde verklaringen en de overwegingen van het Hof is het duidelijk, dat in de bewezenverklaring, dat req. opzettelijk M. in zijn buik althans in zijn lichaam heeft gestoken, deze woorden bij vergissing uit de t.l.l. zijn overgeschreven, zoodat naar ‘s Hofs kennelijke bedoeling, als bewezen moet worden aangenomen, dat r.eq. M. opzettelijk in zijn buik heeft gestoken, hetgeen het Hof uit de verklaringen van getuigen en req. heeft kunnen afleiden.
Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.