NJ 1936/412
Artt. 1374 en 1875 B. W. Overeenkomst, waarbij de man, op wiens vordering de echtscheiding is uitgesproken, tegenover de door hem bedongen gedragingen der vrouw, zich heeft verbonden tot eene uitkeering van f 75 per maand. Uitkeering door het Hof, wegens veranderde omstandigheden, teruggebracht tot f 30, op grond dat volledige uitvoering der overeenkomst in strijd zonde zijn met billijkheid en goede trouw. Arrest vernietigd.
HR 20-03-1936, ECLI:NL:HR:1936:190, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 maart 1936
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa. de Menthon Bake, Nypels, Servatius
- Zaaknummer
[20031936/NJ_1936-412]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- JCDI
JCDI:ADS153703:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1936:190, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑1936
- Wetingang
(BW art. 1374.)
Essentie
Artt. 1374 en 1875 B. W. Overeenkomst, waarbij de man, op wiens vordering de echtscheiding is uitgesproken, tegenover de door hem bedongen gedragingen der vrouw, zich heeft verbonden tot eene uitkeering van f 75 per maand. Uitkeering door het Hof, wegens veranderde omstandigheden, teruggebracht tot f 30, op grond dat volledige uitvoering der overeenkomst in strijd zonde zijn met billijkheid en goede trouw. Arrest vernietigd.
Samenvatting
De artt. 1374 en 1375 B. W. stellen beide voorop, dat wat is overeengekomen ook moet worden nageleefd. Het voorschrift, dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden ten uitvoer gebracht, laat niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.