V-N 2017/52.14
Prejudiciële vraag aan Hof van Justitie EU over premieplicht van zeevarende uit Letland
HR 27-10-2017, ECLI:NL:HR:2017:2681, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 oktober 2017
- Magistraten
Koopman, Fierstra, Groeneveld, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
17/01041
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS178497:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid (V)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Premieheffing / Algemeen
Europees belastingrecht (V)
Premieheffing (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1201, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑07‑2019
ECLI:NL:HR:2017:2681, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑10‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:723, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑08‑2017
- Wetingang
art. 6a onderdeel a AOW; art. 13 lid 1 en 2 Verordening (EEG) nr. 1408/71; art. 11 lid 1 en 3 Verordening (EEG) nr. 883/2004
Essentie
De Hoge Raad schuift de eerste prejudiciële vraag van de rechtbank over een inwoner van Letland die voor een Nederlandse werkgever aan boord van een niet-EU gevlagd zeeschip werkt door naar het Hof van Justitie EU. Het is namelijk niet helder of de tekst van art. 11 Verordening 883/2004 tot de conclusie leidt dat de heer X onder lid 3 onderdeel e van die bepaling valt zodat hij premieplichtig is in zijn woonstaat.
Samenvatting
Belanghebbende, X, heeft de Letse nationaliteit en woont in Letland. Van 13 augustus tot en met 31 december 2013 werkt X in loondienst van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.