Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg
Einde inhoudsopgave
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/8.4.4:8.4.4 Aanbevelingen
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/8.4.4
8.4.4 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Mr. N. Jansen, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. N. Jansen
- JCDI
JCDI:ADS395901:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het voorgaande kom ik tot de conclusie dat het aanbeveling verdient in de wet te verankeren dat decentrale afspraken ter nadere uitwerking van een cao-bepaling qua binding dezelfde status hebben als een cao-bepaling en dat deze afspraken op dezelfde manier doorwerken in de arbeidsovereenkomst als cao-bepalingen, tenzij in de cao anders wordt bepaald. Dus als een werknemer is gebonden aan de cao via lidmaatschap, dan volgt daaruit ook directe binding aan de decentrale afspraak. Als een (ongebonden) werknemer aan de cao is gebonden door een afspraak, dan volgt uit die afspraak ook de binding aan de decentrale afspraak, tenzij in de arbeidsovereenkomst op dat punt een andersluidende afspraak is gemaakt. Wanneer een ongebonden werknemer zich met succes verzet tegen de binding aan een cao, dan is hij ook niet gebonden aan de decentrale afspraak die uit deze cao voortvloeit. Het is verder aan cao-partijen in de cao nadere regels te stellen aan het decentraal overleg. Een randvoorwaarde die naar mijn mening wel in de wet gesteld dient worden met het oog op de representativiteit van het overleg is, dat de ondernemingsraad verplicht is de achterban te raadplegen en dat alleen tot decentrale afspraken kan worden gekomen indien de meerderheid van de uitgebrachte stemmen voor de decentrale afspraak heeft gestemd. Gedacht kan worden aan:
Aanbeveling 2a
Artikel 9 lid 3 Wet Cao (nieuw): De binding als bedoeld in de vorige leden, geldt ook voor afspraken tussen een aan de cao gebonden werkgever en zijn ondernemingsraad ter nadere uitwerking van een in de cao opgenomen regelbevoegdheid, mits de ondernemingsraad zijn achterban heeft geraadpleegd en minder dan de helft van de tijdig binnengekomen stemmen tegen de decentrale afspraak heeft gestemd, alsmede dat in de cao is bepaald dat werknemers aan de decentrale afspraken zijn gebonden. Het staat cao-partijen vrij in de cao aanvullende regels omtrent de decentrale afspraken te stellen die in het kader van de hiervoor bedoelde binding in acht dienen te worden genomen.
Aanbeveling 2b
Artikel 12 lid 1 Wet Cao (nieuw): Elk beding tussen een werkgever en een werknemer, strijdig met een collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn of een decentrale afspraak als bedoeld in artikel 9 lid 3 Wet Cao, is nietig; in plaats van zodanig beding gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst of de decentrale afspraak.
Aanbeveling 2c
Artikel 13 Wet Cao (nieuw): Bij gebreke van bepalingen in een arbeidsovereenkomst omtrent aangelegenheden, geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst door welke zowel de werkgever als de werknemer gebonden zijn of een decentrale afspraak als bedoeld in artikel 9 lid 3 Wet Cao, gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst.
Aanbeveling 2d
Artikel 14 Wet Cao (nieuw): ‘Wanneer bij de collectieve arbeidsovereenkomst niet anders is bepaald, is de werkgever, die door die overeenkomst gebonden is, verplicht, tijdens den duur dier overeenkomst hare bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden ook na te komen bij de arbeidsovereenkomsten, als in de collectieve arbeidsovereenkomst en een eventuele daarop aanvullende overeenkomst als bedoeld in artikel 9 lid 3 Wet Cao, bedoeld, welke hij aangaat met werknemers, die door de collectieve arbeidsovereenkomst zijn gebonden.’