Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.3.2:1.3.2 De rol van de aandeelhouder
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.3.2
1.3.2 De rol van de aandeelhouder
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409080:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Assink 2007 en Strik 2010. Zie in het bijzonder over de rol van het bestuur bij vermogensonttrekkingen door aandeelhouders onder meer Lennarts 2012, Stokkermans 2012, Viëtor & Scheentjes 2012, Mol 2012, Barneveld 2012b, Raaijmakers 2011, Barneveld 2011c, Brink-van der Meer, Huizink & Ledeboer 2011, Barneveld 2009c, Huizink 2009b, Verkerk 2008, Bier & Van der Zanden 2007, Lennarts 2007, Bier 2006a, De Kluiver 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze dissertatie staat primair de rol van de aandeelhouder bij de financiering van de vennootschap centraal. De verantwoordelijkheid en mogelijke aansprakelijkheid van bestuurders komt slechts dan aan de orde, indien de wetgever aan het door hen gevormde orgaan een specifieke taak heeft toebedeeld met betrekking tot de financiering van de vennootschap. Voor nadere analyses van de rol van het bestuur wordt verwezen naar de omvangrijke literatuur die de afgelopen jaren over bestuurdersaansprakelijkheid is verschenen.1
Het onderzoek concentreert zich om een aantal redenen op de aandeelhouder. Indien een vennootschap in financieel zwaar weer belandt, of zelfs in faillissement terechtkomt, richten benadeelde partijen hun pijlen vaak op de bestuurders. Dat is begrijpelijk en niet zelden terecht, aangezien primair het bestuur de verantwoordelijkheid draagt voor het (financiële) beleid van de vennootschap. Deze verantwoordelijkheid doet echter niets af aan de verantwoordelijkheid en mogelijke aansprakelijkheid van aandeelhouders vanwege hun betrokkenheid bij de financiering van de vennootschap. Zo zijn het niet de bestuurders, maar primair de aandeelhouders die beslissen over de hoeveelheid eigen vermogen waarmee de vennootschap wordt gefinancierd. Daarnaast worden niet de bestuurders, maar de aandeelhouders (als ontvangers van de onttrokken middelen) verrijkt door eventuele vermogensonttrekkingen voorafgaande aan het faillissement. Ook indien het faillissement van de vennootschap is veroorzaakt doordat zij in een onredelijke mate was gefinancierd met vreemd vermogen, is een kritische blik op de betrokken aandeelhouders gerechtvaardigd. De risicovolle financieringsstructuur komt immers primair ten goede aan de aandeelhouder. Het is in besloten verhoudingen dan ook niet zelden de aandeelhouder die bij oprichting van de vennootschap, bij een financiële herstructurering of in het kader van een overname, aandringt op een risicovolle kapitaalstructuur. Door de aansprakelijkheidsgevolgen vanwege een inadequate financiering uitsluitend bij de bestuurders te leggen, zou niet alleen de formele en feitelijke invloed van veel aandeelhouders op de totstandkoming van de financiële structuur worden miskend, maar ook het feit dat een riskante financiering primair het belang van de aandeelhouders dient. Het onderzoek heeft daarom als doel een bijdrage te leveren aan de gedachtevorming over de beperkingen die het recht dient te stellen aan de vrijheid van aandeelhouders om naar eigen inzicht de financiering van de BV in te richten.