T&C Strafvordering, commentaar op art. 262 Sv:Bezwaarschrift tegen dagvaarding/beraadtermijn/afstand
T&C Strafvordering, commentaar op art. 262 Sv
Bezwaarschrift tegen dagvaarding/beraadtermijn/afstand
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
E.J. Hofstee, actueel t/m 01-09-2025
Actueel t/m
01-09-2025
Tijdvak
01-01-2013 tot: -
Auteur
E.J. Hofstee
Vindplaats
T&C Strafvordering, commentaar op art. 262 Sv
Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
De bezwaarschriftprocedure beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte. De op de indiening van het bezwaarschrift volgende raadkamerprocedure (art. 21-25; zie art. 371 ter zake van de politierechter; zie Handboek Strafzaken, Hoofdstuk 75.2.3) draagt deswege een summier karakter (zie ook: HR 11 april 2006, NJ 2006/261) en dient niet vooruit te lopen op de behandeling ter terechtzitting; de vraag die voorligt is of het ‘hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafvordering, commentaar op art. 262 Sv
Bezwaarschrift tegen dagvaarding/beraadtermijn/afstand
E.J. Hofstee, actueel t/m 01-09-2025
01-09-2025
01-01-2013 tot: -
E.J. Hofstee
T&C Strafvordering, commentaar op art. 262 Sv
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
onbevoegdheid
verdachte
onderzoek ter terechtzitting
dagvaarding
bezwaarschrift
niet-ontvankelijkheid
rechtbank
officier van justitie
beslissing
strafvordering
feit
ongegrondheid
strafbaarstelling
buitenvervolgingstelling
Wetboek van Strafvordering artikel 262
1. Algemeen
Aard van de procedure
De bezwaarschriftprocedure beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte. De op de indiening van het bezwaarschrift volgende raadkamerprocedure (art. 21-25; zie art. 371 ter zake van de politierechter; zie Handboek Strafzaken, Hoofdstuk 75.2.3) draagt deswege een summier karakter (zie ook: HR 11 april 2006, NJ 2006/261) en dient niet vooruit te lopen op de behandeling ter terechtzitting; de vraag die voorligt is of het ‘hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.