Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.2.4.4:2.2.4.4 Intermezzo: verkeersopvatting(en)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.2.4.4
2.2.4.4 Intermezzo: verkeersopvatting(en)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487176:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rogmans 1999, p. 3 en 4.
In de Boeken 3 en 5 (art. 3:4 lid 1, 3:9 leden 1 en 2, 3:108, 3:254 en 5:14) wordt steeds gesproken over ‘verkeersopvatting’. Zie Van Rossel 1994, p. 335 e.v.
Wachter in zijn noot onder HR 16 maart 1979, NJ 1980, 600; zie Rogmans 1999, p. 3 en 4.
Rogmans 1999, p. 4. Zie voor een nuancering hierop p. 19. Zie ook Van Rossel 1994, p. 338 en 339.
Van Rossel 1994, p. 336.
Van Rossel 1994, p. 336.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 1021; Rogmans 1999, p. 5.
Van Rossel 1994, p. 335.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sprekend over verkeersopvatting(en) onderscheidt Rogmans1 de verkeersopvattingen in het goederenrecht (VOG)2 en de verkeersopvattingen in het verbintenissenrecht (VOV). In het goederenrecht heeft deze term een ‘begripsbepalende, een definiërende functie’. Volgens Rogmans is
‘De verkeersopvatting daar (…) bepalend voor de vraag of een bepaalde zaak al dan niet behoort tot de soort die object van wetgeving was.’3
De inhoud van het begripwordt bepaald door datgene wat in
‘een beperkte kring van het economisch leven aan zakelijke oordelen over het betrokken onderwerpleeft.’4
Volgens Van Rossel5 gaat het hierbij steeds om een begripzonder morele lading. De VOG – anders dan de VOV – hebben steeds betrekking op een technisch-juridische invulling van een begrip.6
Uit de aard van de omschrijving blijkt reeds dat wij hier te maken hebben met een vaag begrip.7 In de parlementaire geschiedenis wordt weinig duidelijkheid geschapen.8 Veel wordt aan de rechter overgelaten.