Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.3.3
9.3.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585944:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór nr. 469.
Zie hiervóór nr. 427 en 429.
Zie hiervóór nr. 517.
Zie hiervóór nr. 519.
Zie voor de beschikkingsbevoegdheid, hiervóór nr. 430. Vgl. voor de bevoegdheid tot schuldwijziging, hiervóór nr. 469. Een en ander lijdt uitzondering als de beheersbevoegde derde de overeenkomst in eigen naam is aangegaan. Zie hiervóór nr. 414.
Vgl. Hof 's-Hertogenbosch 9 september 2008, JOR 2009/52.
Zie hiervóór nr. 427.
Om die reden kunnen zij zich niet verhalen op huurrechten of op domeinnaamrechten. Zie Biemans 2009b, par. 5 en 6. Bij verpanding van en beslag op huurrechten en domeinnaamrechten is ook niet mogelijk omdat vorderingen die niet verplichten tot betaling van een geldsom of overdracht van een goed niet voor verpanding en beslag vatbaar zijn. Vgl. Biemans 2009g, par. 6.
Zie HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744 (Ontvanger/NMB Postbank), m.nt. HJS; Rb. Arnhem 14 mei 2009, JOR 2009/306, m.nt. A. Steneker. Vgl. M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1249; alsmede de rechtsregel uit art. 475h lid 1 Rv, art. 3:97 lid 2 BW en HR 25 januari 1991, NJ 1992, 172 (Van Berkel/Tribosa), m.nt. HJS. Vgl. ook hiervóór nr. 391-392.
527. Uit het voorgaande blijkt dat bij een stille cessie een contractswijziging en een contractsoverneming grotere gevolgen hebben voor de nieuwe schuldeiser (de stille cessionaris) dan bij een openbare overgang van de vordering. Uit de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris zal voortvloeien dat de stille cedent niet zonder de toestemming van de stille cessionaris tot contractswijziging en contractsoverneming bevoegd is. Het is de vraag in welke gevallen de stille cedent de toestemming of de medewerking van de stille cessionaris behoeft. Een analyse van de rechtsfiguren waarbij een derde ook andermans vordering int, kan daarbij behulpzaam zijn.
De curator, de vereffenaar en de executeur, die bevoegd zijn ten aanzien van een vermogen (de faillissementsboedel respectievelijk de nalatenschap) zijn op dezelfde wijze bevoegd tot contractswijziging, als zij bevoegd zijn tot schuldwijziging1 en zijn op dezelfde wijze bevoegd tot contractsoverneming als zij bevoegd zijn tot verkoop en overdracht van de vordering.2 Een curator is bijvoorbeeld bevoegd tot contractsoverneming in het kader van de vereffening van de faillissementsboedel.
De vruchtgebruiker, de bewindvoerder en de beheersbevoegde deelgenoot zijn in beginsel alleen bevoegd ten aanzien van een goed (de vordering), en niet ten aanzien van een rechtsverhouding uit overeenkomst. Uit het voorgaande is evenwel gebleken dat bijvoorbeeld de vruchtgebruiker bevoegd is om de rechtsverhouding uit overeenkomst te ontbinden als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering (art. 3:207 lid 2 jo 3:210 lid 2 BW)3 en dat de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde gezamenlijk bevoegd zijn om de rechtsverhouding uit overeenkomst te vernietigen (art. 3:207 lid 2 BW)4 In beide gevallen ontleent de vruchtgebruiker zijn bevoegdheden ten aanzien van de aan de vordering ten grondslag liggende overeenkomst, aan zijn bevoegdheden ten aanzien van de vordering (het goed). Hetzelfde geldt voor de bewindvoerder en de beheersbevoegde deelgenoot. Het is naar mijn mening goed verdedigbaar dat een contractswijziging en een contractsoverneming op dezelfde wijze dienen te worden behandeld. Contractsoverneming dient te worden aangemerkt als een beschikkingshandeling, die in beginsel geen beheershandeling is. De vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde, de bewindvoerder en de rechthebbende en alle deelgenoten zijn hiertoe in dat geval alleen gezamenlijk bevoegd.5 Contractswijziging zal eerder dienstig kunnen zijn aan een goed beheer van de vordering. De vruchtgebruiker, de bewindvoerder en de beheersbevoegde deelgenoot zijn hiertoe bevoegd als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering.6 In de andere gevallen zijn de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde, de bewindvoerder en de rechthebbende en alle deelgenoten hiertoe alleen gezamenlijk bevoegd.
De pandhouder en (de deurwaarder van) de beslaglegger hebben geen bevoegdheden ten aanzien van de aan verpande of beslagen vordering ten grondslag liggende overeenkomst. Zij zijn in het kader van executie bevoegd tot de overdracht van de verpande of de beslagen vordering7 De pandhouder en de beslaglegger zijn niet bevoegd tot contractsoverneming: zij kunnen zich alleen op de vordering verhalen, niet op de gehele rechtsverhouding uit overeenkomst.8 De pandgever en de beslagene blijven bevoegd tot contractsovememing. Contractsovememing heeft geen gevolgen voor de positie van de pandhouder en de beslaglegger.9
528. Uit de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris zal voortvloeien dat de stille cedent in zijn verhouding tot de stille cessionaris slechts tot contractswijziging bevoegd is onder dezelfde voorwaarden als waaronder hij bevoegd is tot schuldwijziging van de stil gecedeerde vordering. Als de stille cedent beheersbevoegd is ten aanzien van de stil gecedeerde vordering, is hij tot wijziging van de overeenkomst bevoegd, als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering. In de andere gevallen is hij hiertoe alleen bevoegd met toestemming van de stille cessionaris.
Contractsovememing dient te worden aangemerkt als een beschikkingshandeling die in de regel niet dienstig zal kunnen zijn aan een goed beheer van de stil gecedeerde vordering. Gelet op de verstrekkende gevolgen van de contractsovememing voor de stiile cessionaris, is de stille cedent alleen bevoegd met toestemming van de stille cessionaris of indien de stille cedent en de stille cessionaris dit zijn overeengekomen. De stille cedent zal jegens de stille cessionaris in beginsel gehouden zijn om onder meer met de nieuwe contractspartij overeen te komen dat de nieuwe contractspartij op dezelfde wijze jegens de stille cessionaris gehouden is om de overeenkomst te beëindigen of daar juist vanaf te zien, als de wijze waarop de stiile cedent daartoe gehouden is. Ook zal de nieuwe contractspartij wijzigingen van de overeenkomst die van invloed kunnen zijn op de stil gecedeerde vordering dienen af te stemmen met de stiile cessionaris.
Bij contractsovememing behoeft de stille cedent van de stille cessionaris ook voor een ander aspect diens toestemming dan wel diens medewerking. Door de contractsoverneming kan de stiile cedent in beginsel niet meer als lasthebber van de stille cessionaris optreden. De stille cedent die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van de stille cessionaris als lasthebber optreedt, kan de overeenkomst van lastgeving slechts opzeggen, indien zij voor onbepaalde duur geldt en niet door volbrenging eindigt (art. 7:408 lid 2 BW). Bij een stille cessie zal de lastgeving in beginsel door de inning van de stil gecedeerde vordering eindigen, tenzij anders overeengekomen. De stille cedent is derhalve niet bevoegd om de lastgeving op te zeggen, dan met toestemming van de stille cessionaris. Een andere mogelijkheid is dat de nieuwe contractspartij de rechtspositie van de stille cedent als lasthebber ovemeemt. Aldus vindt een tweede contractsovememing plaats. De nieuwe contractspartij neemt niet alleen de aan de stil gecedeerde vordering ten grondslag liggende overeenkomst over, maar ook de lastgeving. Voor dit laatste is de medewerking van de stille cessionaris vereist (art. 6:159 BW). Aldus zal de stille cedent niet zonder de toestemming of medewerking van de stille cessionaris tot overdracht van de aan de stil gecedeerde vordering onderliggende overeenkomst kunnen overgaan. De uitkomst is vergelijkbaar met die bij bewind, vruchtgebruik en gemeenschap.