Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/7.1
7.1 Inleiding
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS390920:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
The UK Corporate Governance Code April 2016 (www.frc.org.uk).
‘Guidance on Board Effectiveness’ van de Financial Reporting Council (FRC), maart 2011 https://www.frc.org.uk/Our-Work/Publications/Corporate-Governance/Guidance-on-Board-Effectiveness.pdf. De Guidance maakt onderdeel uit van een aantal handreikingen in verband met de toepassing van de principes uit de UK Corporate Governance Code.
Guidance onder 3.1.
Ariely 2008.
Guidance onder 3.3.
Good governance vereist dat de raad van toezicht van een stichting bestaat uit kundige en kritische personen, die aan het bestuur en aan elkaar tegenwicht kunnen bieden. Voor goed toezicht is van belang dat de raad van toezicht optimaal is samengesteld, dat wil zeggen dat de raad van toezicht bestaat uit de juiste mensen met de juiste taken en voldoende mogelijkheden om die taken goed te vervullen. Afhankelijk van het soort stichting, zal het wenselijk zijn dat bepaalde deskundigheid en ervaring binnen de raad aanwezig is, maar ook dat de deskundigheden en vaardigheden van de leden complementair zijn. Van belang is voorts dat leden van de raad van toezicht onderling de taken kunnen verdelen en eventueel commissies kunnen instellen ter ondersteuning van een bepaalde taak.
Een raad van toezicht die zijn eigen leden benoemt en ontslaat (hetgeen in ieder geval geldt voor stichtingen in de semipublieke sector en bovendien voor culturele instellingen en pensioenfondsen die een governancemodel met een raad van toezicht hebben gekozen), is zelf verantwoordelijk voor zijn samenstelling en zijn functioneren. Vanwege deze eigen verantwoordelijkheid is het des te meer van belang dat de raad van toezicht een aantal objectieve criteria hanteert teneinde een optimale en evenwichtige samenstelling te bereiken.
Een diverse samenstelling van de raad van toezicht kan bijdragen aan discussie binnen en afgewogen besluitvorming door de raad van toezicht, aangezien verschillende achtergronden, net als verschillende expertises, kunnen leiden tot verschillende invalshoeken. De raad van toezicht dient als geheel onafhankelijk van het bestuur of van welk deelbelang dan ook te kunnen opereren. De vraag kan echter worden gesteld wat onafhankelijkheid inhoudt en hoe onafhankelijkheid van individuele leden kan worden bevorderd.
Deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid zullen hierna vanuit juridisch perspectief worden uitgewerkt. Psychologische elementen zijn echter minstens net zo belangrijk voor good governance. Als gezorgd is voor een uitgebalanceerde, diverse samenstelling van de raad van toezicht, is van belang dat bij de beraadslaging en besluitvorming de onafhankelijke en kritische oordeelsvorming door individuele leden zo veel mogelijk tot zijn recht komt. Indien de raad van toezicht niet voldoende stilstaat bij zijn eigen besluitvormingsproces, neemt hij mogelijk besluiten die niet optimaal zijn of – in het slechtste geval – niet in het belang van de stichting zijn.
In het Verenigd Koninkrijk geldt, in aanvulling op de UK Corporate Governance Code 2016,1 een handreiking: de ‘Guidance on Board Effectiveness’ (Guidance).2 De Guidance is, net als de UK Corporate Governance Code 2016, van toepassing op boards van in het Verenigd Koninkrijk aan de beurs genoteerde vennootschappen, die bestaan uit executive directors en non-executive directors. De Guidance bevat niettemin interessante bepalingen en principes over vergaderen die mijns inziens meer algemeen relevant kunnen zijn, ook voor Nederlandse rechtspersonen met een two tier systeem, dus ook voor (het bestuur en) de raad van toezicht van de stichting. Over besluitvorming zegt de Guidance het volgende:
“Well-informed and high-quality decision making is a critical requirement for a board to be effective and does not happen by accident. Flawed decisions can be made with the best of intentions, with competent individuals believing passionately that they are making a sound judgment, when they are not. Many of the factors which lead to poor decision making are predictable and preventable. Boards can minimise the risk of poor decisions by investing time in the design of their decision-making policies and processes, including the contribution of committees.”3
Deze passage uit de Guidance is in lijn met wat Ariely in 2008 beschreef, namelijk dat beslissingen vaak op irrationele gronden worden genomen. Dergelijke beslissingen zijn niet in het belang van de betrokken persoon en vaak ook niet de beste beslissing voor de betrokken stichting. Interessant is dat bij sommige irrationele beslissingen een patroon te ontdekken is. Met andere woorden: ze kunnen voorkomen worden.4
De hiervoor genoemde Guidance somt een aantal psychologische factoren op die effectieve besluitvorming belemmeren, zoals de dominante persoonlijkheid van een of meer van de leden van de raad van toezicht, maar ook de dynamiek en de cultuur binnen de raad als geheel. Wordt tegenspraak bijvoorbeeld geduld?5 Staan de meer ervaren leden van de raad van toezicht open voor nieuwe inzichten? Ervaring kan een pré zijn, maar kan het beoordelingsvermogen ook negatief beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat er teveel vertrouwd wordt op eerdere ervaringen en beslissingen.
Hoewel governance in dit onderzoek vanuit juridisch perspectief benaderd wordt, zullen enkele bevindingen uit de sociale psychologie, bijvoorbeeld op het gebied van groepsdenken, in dit hoofdstuk ter illustratie worden aangestipt.