Inhoudsopgave
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/4.5.2:4.5.2 Wijziging bestemming bij overdracht
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/4.5.2
4.5.2 Wijziging bestemming bij overdracht
Documentgegevens:
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS391969:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Arnhem 28 juli 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK8628 (Aviko).
Hof Arnhem 28 juli 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK8628, r.o. 4.14. Het recht had bij overdracht nog een looptijd van twee jaar. Dat de koper voor zijn omvangrijke investeringen uiteraard een veel langere gebruiksperiode in gedachten had werd niet meegewogen.
Hof Arnhem 28 juli 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK8628, r.o. 4.11. De vraag aan wie de meerwaarde van de onroerende zaak toekomt komt aan de orde in par. 4.8.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De weigering van een verzoek om toestemming voor overdracht kan redelijk zijn indien de erfpachter zijn recht wil overdragen aan een opvolgend erfpachter die een andere bestemming aan de onroerende zaak wil geven.1 Het hof Arnhem oordeelde dat in de belangenafweging tussen erfverpachter en erfpachter, een verhouding waarop de eisen van redelijkheid en billijkheid van toepassing zijn, in dit geval aan het belang van de erfverpachter meer gewicht toekwam. De erfverpachter hoefde zich geen gewijzigde bestemming te laten opdringen, temeer niet nu er een mogelijke verplichting aan verbonden was de herbouwde opstallen bij het einde van het recht tegen de waarde ervan over te nemen.2 Dat de erfpachter ten tijde van de overdracht in 2006 geen belang meer had bij de in 1963 afgesproken bestemming van de onroerende zaak, behoorde tot zijn bedrijfsrisico. Het hof stelde terloops vast dat de door de bestemmingswijziging bij overdracht, dus tijdens de looptijd van het erfpachtrecht, mogelijk te realiseren meerwaarde van de onroerende zaak aan de grondeigenaar toekomt.3 Maar in beginsel kan een koper van het erfpachtrecht de bestemming van de onroerende zaak niet wijzigen, hij koopt het recht met de bestaande inhoud en wijziging van de bestemming vormt een redelijke grond voor de erfverpachter om toestemming voor overdracht te weigeren. Het is zelfs de vraag of er geen sprake is van vestiging van een nieuw recht indien aankomend erfpachter en erfverpachter overeenkomen de bestemming van de zaak bij gelegenheid van die overdracht te wijzigen. Een dergelijke wijziging zal in ieder geval bij notariële akte moeten worden vastgelegd en worden ingeschreven in de openbare registers.