Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.1:6.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291562:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij een vastgoedtransactie die kwalificeert als een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen treedt de afnemer in de eventuele herzieningsrechten en -verplichtingen van de ‘leverancier’ (zie paragrafen 4.7 en 8.5.4.10).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstukken 3 en 4 is aan de orde gekomen wanneer degene die een vastgoedtransactie verricht een belastingplichtige is en wanneer een vastgoedtransactie belastbaar is. Kwalificeert de belastbare vastgoedtransactie als een levering, dan komen de vrijstellingen van art. 135 lid 1, onderdelen j en k Btw-richtlijn en de uitzonderingen daarop in beeld. Hierbij zijn er twee mogelijkheden: de vastgoedtransactie kwalificeert als de levering van een (gedeelte van een) gebouw (lees: een bebouwd terrein) of de vastgoedtransactie kwalificeert als de levering van een onbebouwd terrein. De eerste mogelijkheid is besproken in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de tweede mogelijkheid: de levering van onbebouwd terrein. Deze vastgoedtransactie is vrijgesteld, tenzij sprake is van de levering van een bouwterrein of geopteerd is voor de belaste levering van een niet-bouwterrein. De relevantie van het al dan niet van toepassing zijn van de vrijstelling is van belang voor het recht op btw-aftrek (en de herziening daarvan) door de leverancier (zie hoofdstuk 8). Daarnaast is btw-aftrek en herziening daarvan aan de zijde van de afnemer in beginsel alleen mogelijk indien de levering van het onbebouwde terrein belast is.1 Is de levering van een niet-bouwterrein terrein vrijgesteld, dan is btw-aftrek en herziening daarvan door de afnemer niet aan de orde. In onderstaande figuur is voormeld verband tussen de ‘vrijstellingspijler’ en de andere pijlers die in dit onderzoek aan bod komen weergegeven.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 6.2 wordt ingegaan op de richtlijnhistorie van art. 135 lid 1, onderdeel k en art. 137 lid 1, onderdeel c Btw-richtlijn. Vervolgens wordt in paragraaf 6.3 ingegaan op de ratio van de vrijstelling voor de levering van niet-bouwterreinen. In paragraaf 6.4 wordt ingegaan op het begrip ‘onbebouwd terrein’. Daarna komt in paragraaf 6.5 het begrip ‘bouwterrein’ aan bod. In paragraaf 6.6 wordt ingegaan op het object van levering bij over- of onderbouw. Kan in dat geval sprake zijn van de levering van een onbebouwd (bouw)terrein of staat de reeds aanwezige bebouwing aan deze kwalificatie in de weg? In paragraaf 6.7 komt de mogelijkheid aan bod om te opteren voor de belaste levering van een niet-bouwterrein waarna in paragraaf 6.8 kort wordt ingegaan op het verband tussen de btw-heffing ter zake van de levering van een bouwterrein en de heffing van overdrachtsbelasting in Nederland. In paragraaf 6.9 wordt dit hoofdstuk afgesloten met een conclusie.