Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1128
Feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69 AWR. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 maanden). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met onjuiste belastingaangiften die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd? HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 2 maart 2021, NJ 2021/401, m.nt. A.H. Klip.
HR 12-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1628
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/02954
- Conclusie
​A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1628, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:746, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2024
Essentie
Feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69 AWR. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 maanden). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met onjuiste belastingaangiften die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd? HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 2 maart 2021, NJ 2021/401, m.nt. A.H. Klip.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02954
Datum 12 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 juli 2022, nummer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.