Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/55:55 Verhouding tussen art. 4 EEX-Vo II en alternatieve bevoegdheden
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/55
55 Verhouding tussen art. 4 EEX-Vo II en alternatieve bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511358:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenard (PbEG 1979, C 59), p. 18.
Zie bijvoorbeeld de bijzondere bevoegdheidsregel voor contractuele geschillen in art. 5 sub 1 EEX-Vo.
Zie onder veel meer HvJEG 19 februari 2002, zaak C-256/00, Jur. 2002, p. I-01699, NJ 2004/159 (Besix) m.nt. PV, r.o. 54; HvJEG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Jur. 2000, p. I-5925, NJ 2003/597 (Group Josi), m.nt. PV, r.o. 70.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hier speelt ook de systematiek van de EEX-Verordening II een rol en de verhouding tussen het beginsel, neergelegd in art. 4, van de bevoegdheid van de gerechten van de woonstaat van de verweerder en de uitzonderingen op dit uitgangspunt die de verordening toestaat. De alternatieve bevoegdheidsregels van afdeling 2 van hoofdstuk II wijken af van het fundamentele beginsel, neergelegd in art. 4, van de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de woonplaats van de verweerder (actor sequitur forum rei). Het fundamentele beginsel van de woonplaats van de verweerder wordt verklaard door het feit dat op grond van deze regel de verweerder zich over het algemeen gemakkelijker kan verdedigen.1 Alleen bij wijze van afwijking van dit beginsel kan, in de gevallen die in de afdelingen 2 tot en met 7 van hoofdstuk II limitatief zijn opgesomd, de verweerdermetwoonplaats in een lidstaat voor de rechter van een andere lidstaat worden opgeroepen. De verweerder kan bijvoorbeeld in een andere dan zijn woonstaat worden opgeroepen indien de zaak onder een bijzondere bevoegdheidsregel valt.2 Daarnaast is het soms noodzakelijk dat de verweerder in een andere dan zijnwoonstaat wordt gedaagd indien het geschil valt onder een van de exclusieve bevoegdheidsgronden van art. 24 EEX-Vo II of indien partijen een gerecht van een lidstaat – een andere dan de woonstaat van de verweerder – bij uitsluiting bevoegd hebben verklaard (art. 25 EEX-Vo II). In veel uitspraken heeft het HvJ herhaald dat deze systematiek – hoofdregel en vervolgens alternatieven – meebrengt dat de alternatieve bevoegdheden strikt moeten worden uitgelegd.3 Zij mogen nooit verder gaan dan de uitdrukkelijk door de Verordening voorziene gevallen daar zij een inbreuk vormen op de fundamentele regel van art. 4 EEX-Vo II. Dit brengt mee dat die gevallen waarin wordt afgeweken van art. 4 EEX-Vo II voorzienbaar dienen te zijn. Een verweerder met woonplaats in de EU dient eenvoudig te kunnen vaststellen voor welke andere gerechten dan de rechter van zijn woonplaats hij zal kunnen worden gedaagd.