Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/301
301 Criteria; niet limitatief
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS455865:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Eggens 1947, p. 222; Lindijer 2006, nr. 539.
Hierbij heeft de wetgever bijvoorbeeld gedacht “aan een afwijkende maatstaf voor misbruik van processuele bevoegdheden (…) waarbij eveneens publieke belangen (het belang van een goede procesorde of van een behoorlijke rechtspleging) betrokken plegen te zijn”. PG Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6) 1990, p. 1049-1050. Aangezien strijd met de goede procesorde een zelfstandige afwijzingsgrond voor een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is, dient voor deze grond te worden gekozen als overwegend de belangen van een goede procesorde in het geding zijn.
Van der Wiel 2004, nr. 108.
De figuur van misbruik toont dat rekening moet worden gehouden met de belangen van anderen bij het uitoefenen van een bevoegdheid.1 De drie criteria voor het aannemen van misbruik van bevoegdheid in art. 3:13 lid 2 BW brengen deze gedachte tot uitdrukking.
Van een bevoegdheid wordt misbruik gemaakt als: (1) de bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden (het benadelingscriterium, zie par. 8.3), (2) de bevoegdheid wordt uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend (het doelcriterium, zie par. 8.4) en (3) onevenredigheid bestaat tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, die meebrengt dat in redelijkheid niet tot de uitoefening van de bevoegdheid kan worden gekomen (het onevenredigheidscriterium, zie par. 8.5). Deze opsomming is niet limitatief, zo blijkt uit de aanhef van lid 2, waarin staat dat een bevoegdheid onder meer kan worden misbruikt in de hierboven genoemde gevallen. De wetgever heeft ruimte willen laten voor de ontwikkeling van andere maatstaven voor misbruik om recht te doen aan het algemene en open karakter van misbruik.2 In de praktijk blijken zowel in de literatuur als in de rechtspraak de criteria voor misbruik van procesrecht te worden ontleend aan de drie wettelijke criteria.3 Ik zal mij in dit hoofdstuk dan ook tot een bespreking van deze drie criteria beperken.