RVR 2010, 24
Opzegtermijn. Is de vordering van een verhuurder tot beëindiging van de huurovereenkomst ingesteld na het verlopen van de opzegtermijn te laat?
Hof 's-Gravenhage 15-12-2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7117
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
15 december 2009
- Magistraten
Mrs. M.C.M. van Dijk, R.C. Schlingemann, N.M. van der Horst
- Zaaknummer
200.015.647/01
- LJN
BK7117
- JCDI
JCDI:ADS125506:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bedrijfseconomisch advies (V)
Volkshuisvesting en wonen / Algemeen
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7117, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 15‑12‑2009
- Wetingang
BW art. 7:295 lid 2, 230
Essentie
Opzegtermijn. Beëindigingsvordering. Dringend eigen gebruik.
Is de vordering van een verhuurder tot beëindiging van de huurovereenkomst ingesteld na het verlopen van de opzegtermijn te laat?
Samenvatting
Verhuurder verhuurt sinds 1 juni 2002 voor 5 jaar bedrijfsruimte aan huurder. Huurder exploiteert in het gehuurde een supermarkt en een slijterij. Verhuurder zegt de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik tegen 1 juni 2007. Huurder stemt niet in met opzegging. Verhuurder stelt na 1 juni 2007 een vordering in tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van art. 7:295 lid 2 BW. De kantonrechter wijst de vordering toe. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.