NJB 2020/652
Er is sprake van een aan de Svb toe te rekenen toezegging waaruit betrokkene redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de Svb er bij de berekening van zijn AOW-pensioen van zou uitgaan dat hij van 13 oktober 1978 tot en met 22 december 1984 verzekerd was geweest. Het algemeen belang bij berekening van het AOW-pensioen van betrokkene volgens de wettelijke voorschriften, mede in verband met het noodzakelijke evenwicht tussen pensioenbetaling en premieafdracht, legt in dit geval meer gewicht in de schaal dan het belang van betrokkene bij nakoming van de toezegging
CRvB 20-02-2020, ECLI:NL:CRVB:2020:387
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
20 februari 2020
- Magistraten
Mrs. Van Dalen-van Bekkum, Bakker, Van Gijzen
- Zaaknummer
18/347 AOW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid ouderen / Ouderdomsuitkering
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2020:387, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 20‑02‑2020
- Wetingang
(art. 3:4 Awb)
Essentie
Er is sprake van een aan de Svb toe te rekenen toezegging waaruit betrokkene redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de Svb er bij de berekening van zijn AOW-pensioen van zou uitgaan dat hij van 13 oktober 1978 tot en met 22 december 1984 verzekerd was geweest. Het algemeen belang bij berekening van het AOW-pensioen van betrokkene volgens de wettelijke voorschriften, mede in verband met het noodzakelijke evenwicht tussen pensioenbetaling en premieafdracht, legt in dit geval meer gewicht in de schaal dan het belang van betrokkene bij nakoming van de toezegging
Uitspraak
Overwegingen
4.1.
Tussen partijen is in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.