Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/10.4.2.1.1
10.4.2.1.1 Betekenis rechtsbijstand
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494706:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer EHRM 13 februari 2001 (Krombach t. Frankrijk), § 89; EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), NJ 2009, 214; FED 2009/96 (m.nt. Thomas); AB 2010/82 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik), § 51; en EHRM 28 oktober 2010 (Leonid Lazarenko t. Oekraïne), § 49.
EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), NJ 2009, 214; FED 2009/96 (m.nt. Thomas); AB 2010/82 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik), § 54 en EHRM 28 oktober 2010 (Leonid Lazarenko t. Oekraïne), § 50.
EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), r.o. 65. Zie bijvoorbeeld ook EHRM 11 december 2008 (Panovits t. Cyprus), § 66. Speyart 2010, p. 351 (noot 77) wijst erop dat dezelfde afgeleide relevantie van het recht op bijstand door een advocaat ook de kern vormt van het arrest van de US Supreme Court van 13 juni 1966 (384 U.S. 436 Miranda v. Arizona (No. 759).
Speyart 2010, p. 351.
EHRM 13 oktober 2009 (Dayanan t. Turkije), § 31.
Reijntjes 2011, p. 57. Hier zij opgemerkt dat de verdachte in onder meer fiscale strafzaken, in het belang van het onderzoek soms ‘in beperking’ zit. De verdachte noch zijn advocaat mag zich dan met derden over de zaak verstaan.
In zaken waarin art. 6 EVRM van toepassing is, heeft de verdachte het recht ‘to defend himself in person or through legal assistance of his own choosing or, if he has not sufficient means to pay for legal assistance, to be given it free when the interests of justice so require’ (art. 6, lid 3, onder c EVRM). Het recht van de verdachte om effectief te worden bijgestaan door een advocaat (hierna kortweg: het ‘recht op rechtsbijstand’) is een van de fundamentele kenmerken van een behoorlijk strafproces.1 De ‘fairness’ van een strafproces moet in een democratische rechtsstaat optimaal worden gewaarborgd; vooral wanneer sprake is van een ernstige beschuldiging.2 In Salduz en andere uitspraken van het EHRM over het recht op rechtsbijstand wordt de noodzaak van rechtsbijstand onder meer gemotiveerd als waarborg voor de effectiviteit van de andere grondrechten.3 Enkel de advocaat kan als deskundige beroepsbeoefenaar beoordelen of tijdens een onderzoek de rechten van de verdediging (onherroepelijk) worden aangetast.4
Bijstand van en verdediging door raadsman
Het recht op rechtsbijstand in art. 6, lid 3, onder c EVRM houdt meer in dan het consultatierecht bij verhoor, al dan niet de vorm van een toevoeging (de zogenoemde gefinancierde rechtsbijstand). Het omvat ook het recht om zich met behulp van een raadsman te verdedigen tegen een strafaanklacht. Reijntjes wijst erop dat het Hof in de zaak Dayanan5 benoemt welke instrumenten de raadsman in ieder geval vrijelijk beschikt. Dan kan worden gedacht aan het bespreken van de zaak, de organisatie van de verdediging, het vergaren van ontlastend bewijs, de voorbereiding van verhoor, de bijstand aan ontredderde verdachten en de controle op detentieomstandigheden.6
De Straatsburgse jurisprudentie over het recht op rechtsbijstand, concentreert zich niettemin op de bijstand door een advocaat bij (politie)verhoor. Die kan helpen om zeker te stellen dat het recht van de verdachte om zichzelf niet te hoeven belasten van overheidswege wordt gerespecteerd. De taak van de advocaat echter is ruimer. Zie Knigge die erop wijst dat het nadelige effect van het ontbreken van rechtsbijstand ook uit andere zaken kan bestaan dan uit het afleggen van een belastende verklaring. Hij wijst op de zaak John Murray, waarin het Hof toestaat dat uit het zwijgen van de verdachte onder omstandigheden nadelige bewijsgevolgen worden getrokken. Dit zwijgen kan ook meebrengen dat ontlastend bewijsmateriaal langer dan nodig verborgen blijft, of zelfs in het geheel niet meer te achterhalen is.
Gebrek aan rechtsbijstand kan onherstelbare aantasting opleveren
De rechten van de verdachte worden in beginsel onherstelbaar aangetast wanneer belastende verklaringen die tijdens het politieverhoor zijn afgelegd zonder toegang tot een advocaat, gebruikt worden als bewijs voor zijn veroordeling. Of hiervan sprake is, zal moeten worden beoordeeld op grond van de omstandigheden; bijvoorbeeld of de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand en of de autoriteiten hem (tijdig) op zijn zwijgrecht hebben gewezen. Bij dringende redenen kan de toegang van de verdachte tot een advocaat worden beperkt. Deze beperking mag de door art. 6 toegekende verdedigingsrechten niet al te zeer aantasten.