De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.4.4.2:12.4.4.2 Schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.4.4.2
12.4.4.2 Schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370910:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestuurders en commissarissen kunnen nadeel ondervinden als gevolg van (onmiddellijke) voorzieningen waarbij zij geschorst en ontslagen worden. Dit nadeel kan bestaan uit misgelopen inkomsten. Het ligt evenwel meer voor de hand dat dit nadeel wordt opgeheven door een vordering tot nakoming en vergoeding van vertragingsschade op grond van wanprestatie dan door middel van een vordering op grond van onrechtmatige daad bestaande uit een inbreuk op een recht. Indien achteraf komt vast te staan dat de beschikking waarbij zij geschorst of ontslagen zijn geen stand kan houden, zijn zij immers nog gewoon in functie en hebben zij in beginsel recht op doorbetaling van hun beloning.
Bij bestuurders en commissarissen die tevens aandeelhouder zijn, zal het nadeel van een schorsing of ontslag deels ook liggen in het feit dat zij daardoor minder grip hebben op het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. Dit nadeel komt echter niet voor vergoeding op grond van onrechtmatige daad in aanmerking.
Ten eerste kan de desbetreffende aandeelhouder en bestuurder of commissaris moeilijk volhouden dat het desbetreffende nadeel in vermogensrechtelijke zin kwalificeert als schade. De bevoegdheden als bestuurder en commissaris maken immers geen deel uit van het vermogen van de desbetreffende aandeelhouder en bestuurder of commissaris. Deze bevoegdheden moeten namelijk worden uitgeoefend in het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Dat illustreert ook gelijk dat geen sprake is van een absoluut vermogensrecht. Omdat – ten tweede – ook geen sprake is van een persoonlijkheidsrecht, is geen sprake van een inbreuk op een subjectief recht in de zin van art. 6:162 lid 2 BW.1
Het is echter denkbaar is dat de functie van bestuurder of commissaris onderdeel is van het eigendomsrecht aandeel in de zin van art. 1 EP.2 Een inbreuk daarop kan onder omstandigheden Nederland verplichten tot het betalen van een billijke genoegdoening. Om dezelfde reden is denkbaar dat de functie van bestuurder of commissaris onderdeel is van het eigendomsrecht aandeel in de zin van art. 17 HGEU.3 Een schending van dat EU-recht kan onder omstandigheden leiden tot staatsaansprakelijkheid. Hoe bij de begroting van de schadevergoeding althans billijke genoegdoening moet worden omgegaan met de in onderstaande paragrafen besproken afgeleide schade problematiek, is mij niet bekend.