Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/1.2.1:1.2.1 Verdragsautonome en extensieve uitleg van het EVRM
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/1.2.1
1.2.1 Verdragsautonome en extensieve uitleg van het EVRM
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS303680:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de autonome uitleg van het EVRM Ganshof van der Meersch (1990), p. 201-220.
Een duidelijk voorbeeld van deze teleologische interpretatie biedt de uitspraak in de zaak Golder, EHRM 21 februari 1975, serie A, vol 18.
Alkema (1978), p. 19.
EHRM 9 oktober 1979, Airey, serie A, vol 32, § 24.
GJ. Wiarda (1981), p. 372.
EHRM 17 januari 1970, Delcourt, serie A, vol 11, § 25.
Zie in deze zin zeer stellig GJ. Wiarda (1981), p. 374-377.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst is daar de wijze van interpretatie van art. 6 EVRM door de Straatsburgse rechtsprekende organen, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en (voorheen) de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens.
De rechtspraak van EHRM en ECRM kenmerkt zich door een verdragsautonome uitleg van in het EVRM neergelegde termen: in beginsel is niet bepalend welke betekenis de betrokken staten daaraan geven, maar is doorslaggevend de uitleg die in het systeem van het EVRM past.1
De verdragsautonome uitleg is terug te voeren op de teleologische interpretatie van het EVRM, gebaseerd op art. 31 lid 1 van het Weense verdrag inzake het verdragenrecht: het komt bij de uitleg van verdragstermen aan op voorwerp en doel (object and purpose) van het verdrag.2 Voorwerp en doel van het EVRM uiten zich onder meer hierin dat een bijzonder geprononceerde positie aan het individu wordt toegekend.3 Een en ander brengt mee dat naast voorwerp en doel van de in het EVRM neergelegde rechten van minstens even groot belang is de effectiviteit van die rechten, de hanteerbaarheid daarvan voor het individu. Het Europees Hof drukt het als volgt uit: 'The Convention is intended to guarantee not rights that are theoretical or illusory but rights that are practical and effective.'4
Naast voorwerp en doel wijst het Weens verdragenverdrag in art. 32 de voorbereidende werkzaamheden als aanvullend middel van uitlegging aan. De 'travaux préparatoires' van het EVRM spelen echter in de Straatsburgse rechtspraak geen grote rol. Het feit dat de ontstaansgeschiedenis van het EVRM zich moeilijk laat lezen is daar ongetwijfeld debet aan. Wiarda heeft in dit verband gesteld 'dat de kennisneming van de "preparatory work" vaak weinig tot verheldering bijdraagt'.5
Door de gehanteerde interpretatiemethoden wordt een karakteristiek van de Straatsburgse rechtspraak zichtbaar die in het bijzonder voor art. 6 EVRM opgeld doet: de jurisprudentie rondom de eerste zin van dit artikel levert voorbeelden bij uitstek van een extensieve uitleg van verdragsbepalingen. In het Delcourt-arrest overwoog het Hof reeds: 'In a democratic society within the meaning of the Convention, the right to a fair administration of justice holds such a prominent place that a restrictive interpretation of Article 6 (1) would not correspond to the aim and purpose of that provision.'6 Afgezien van de uitbreiding van het begrip 'burgerlijke rechten en verplichtingen' (waarop in dit boek niet wordt ingegaan), zijn de hiervoor genoemde uitspraken in de zaken Golder en Airey exponenten van deze tendens.7
Verdragsautonome en extensieve uitleg, dat zijn de steekwoorden die art. 6 EVRM tot leading aaide' kronen.